Propagatie nieuws – verschijnt automatisch op de voorpagina

Propagatienieuws – 15 aug 2026

HF

Sinds zaterdag 8 aug is er het nodige gebeurt m.b.t propagatie. Op de 8e raakte een plasmawolk van een coronale massa-uitbarsting de aarde. Dit leidde tot een aanzienlijke magnetische storm. Als gevolg daarvan daalde de MUF (maximale gebruiksfrequentie) voor een sprongafstand van 3000 km van 25 naar minder dan 20 MHz. De zon zag er daarbij vrijwel vlekvrij uit. De zonneflux is van minder dan 100 in de loop van de week wat hersteld tot 114 op vrijdag. Het onderschrijden van 100 is vooral symbolisch. Maar het geeft wel aan dat zonnecyclus 25 het maximum ruim is gepasseerd.

Dinsdagmiddag 11 augustus steeg de snelheid van de zonnewind tot ongeveer 425 km/s; mogelijk hield dit verband met een CME die op 8 augustus de zon had verlaten. Grotere storingen bleven echter uit. Een grafiek van de Dourbes Digisonde laat zien dat de Maximum Usable Frequency (MUF) over een afstand van 3.000 km op 12 augustus rond het middaguur slechts 16,8 MHz bereikte. Later op de dag waren er uitschieters tot 21,5 MHz. Bovenstaande gebeurtenissen maken duidelijk dat het bepalen van effecten van de zonsverduistering gecompliceerd is indien je 11 en 12 augustus gaat vergelijken

Het risico op zonnevlammen, de zonneactiviteit en het aantal zonnevlekken bleven over het algemeen op een laag niveau; de kans op M-vlammen daalde tot 10 procent, die op X-vlammen tot minder dan één procent. De DX-omstandigheden waren vorige week overwegend redelijk tot goed..

HF vooruitzichten

De komende dagen zal daar mogelijk verandering in komen. Maandag zou er een CME kunnen aankomen, die door een filament is veroorzaakt. De voorspelling is echter met onzekerheden omgeven. Voor dinsdag wordt dan gerekend op snelle zonnewinden, die afkomstig zijn van een coronagat dat zich momenteel in het zuidoosten bevindt. Dit coronagat ligt echter zeer ver naar het zuiden, zodat de windstroom de aarde ook net zou kunnen missen. Eén ding is echter zeker: de zonneactiviteit zal toenemen, aangezien er al voor zondag een nieuwe actieve regio vanaf de achterzijde wordt verwacht. Voor de zonneflux wordt in de eerste dagen een lichte afname naar 105 verwacht maar daarna een stijging tot 115 tot 140.

Het aardmagnetisch veld blijft over het algemeen rustig, maar nieuwe gebeurtenissen op de zon en de daaruit voortvloeiende uitstoot van materie kunnen na 2 tot 3 dagen het aardmagnetisch veld beïnvloeden.

De 20- en 17-meterbanden blijven het meest betrouwbaar voor DX-verbindingen; de 15-meterband is bij rustige magnetische omstandigheden vooral aan het begin en einde van de dag goed bruikbaar, terwijl de 12- en 10-meterbanden sporadisch in zuidelijke richting opengaan.

Sporadische E-effecten zijn nog steeds merkbaar op HF, terwijl we de eerste tekenen van een herfstachtige verandering in de omstandigheden nog niet hebben gezien..

VHF en hoger

Dit weekend begint het weerpatroon wat te wijzigen waardoor de kansen op neerslag en regenscatter wat toenemen. Begin van de komende week kan een lagedrukgebied kan binnendringen en zal van Schotland richting Oostzee bewegen. Het gevolg is dat eventuele troposferische effecten met name boven zeewater optreden en na dit weekend zullen afnemen naarmate het weer onstabieler wordt.

De meteorenregen zal waarschijnlijk iets afnemen na de piek van de Perseïden van afgelopen week, hoewel er nog steeds een willekeurige component zal zijn die voor activiteit zorgt; houd je dus voor de beste resultaten aan de uren rond zonsopgang.

De zonneactiviteit heeft af en toe een stijging van de Kp-index laten zien, maar niet genoeg om al te enthousiast te worden over Aurora. Dat geldt ook voor de komende dagen; Het is echter nog steeds de moeite waard om in de gaten te houden of de waarden boven een Kp van zes uitkomen.

We zitten nog steeds in het Sporadic-E-seizoen en de recente toevoer van meteorietresten van de Perseïden heeft voor wat nieuwe brandstof voor Es gezorgd, dus het is nog lang niet voorbij.

De DXcluster-kaarten geven een zeer goed beeld van de huidige richtingen die de moeite waard zouden kunnen zijn.

Het patroon in de bovenste luchtlagen is over het grootste deel van het gebied zeer zwak en er zijn slechts enkele sterkere segmenten overgebleven rond een oud bovenste lagedrukgebied boven Rusland. Het belangrijkste kenmerk is nog steeds de bovenste rug die zich uitstrekt van het Iberisch schiereiland via Midden-Europa tot Scandinavië. Deze gebieden kunnen goede locaties zijn om naar ES-verbindingen te zoeken en de meeste paden van vandaag lopen over deze rug. In het westen kan een naderende bovenste trog enkele triggers bevatten voor paden naar het zuiden, richting Portugal of de Canarische Eilanden.

Over het algemeen is het nog steeds de tijd van het jaar om ’s ochtends en laat in de middag te controleren of er tekenen van Es-activiteit zijn, en als de banden rustig lijken, roep dan CQ.

EME

Voor EME-operators: we zijn het punt van maximale maan-declinatie en minimale padverliezen voor deze maand al gepasseerd, maar er zijn volgende week nog een paar dagen bruikbare maantijd als je een lage horizon hebt. De minimale declinatie en het apogeum liggen nog ruim een week in de toekomst.

 



Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

Propagatienieuws – 8 aug 2026

 HF

Eind juli klom de zonneflux verrassend boven de grens van 150. Dat gaf de 15 m-, 12 m- en tijdelijk ook de 10 m-banden een flinke impuls en maakte langeafstandsverbindingen via de F2-regio mogelijk.

Daarna is toch wel wat veranderd. Op zondag 2 aug. bereikte de plasmawolk van een coronale massa-ejectie (CME) de aarde. Dit veroorzaakte een G2-geomagnetische storm (Kp 6). Met name op poolroutes daalden de kortegolfsignalen tijdelijk sterk af. De maximaal bruikbare frequentie daalde kortstondig, waardoor de hogere banden snel stilvielen. De ionosfeer herstelde zich snel nadat de uitlopers van de CME waren gepasseerd. Van Martin PE1EEC kreeg ik nog de tip voor cmetracker.ai/live Deze site gebruikt AI om met een vereenvoudigd model de CME’s te visualiseren.

Sinds dinsdag gedroeg het aardmagnetisch veld zich weer zeer rustig, met Kp-waarden van 0 tot 3. De zonnefluxindex daalde weliswaar licht naar de eerder verwachtte waarden rond 110–125, maar de omstandigheden bleven betrouwbaar, vooral op de middenbanden.

Op 10 m domineerden weer typische zomerse Sporadic-E-omstandigheden met extreem sterke, maar kortstondige signalen binnen Europa. Over het geheel genomen was de ionosfeer vanaf donderdag stabiel, met bruikbare MUF-waarden voor 20 m en af en toe voor 17/15 m.

HF vooruitzichten

Momenteel is het erg rustig op de zon. De Röntgenstraling is tot onder klasse C gedaald; de snelheid van de zonnewind is op zaterdag met circa 340 km/s laag en de geomagnetische activiteit is zeer rustig. Geen van de huidige zonnevlekgebieden wordt beschouwd als een noemenswaardige bedreiging voor opmerkelijke zonnevlammen en aan de achterzijde van de Zon lijken zich geen grote actieve gebieden te bevinden die op het punt staan in beeld te komen.

De zonnefluxindex is daardoor onder de 100 gedoken en zal nog wat afnemen richting 90. Voor de komende dagen zal ook de geomagnetische activiteit beperkt blijven met Kp in het bereik van 1 tot 3. Ook is het risico op M-flares laag tot matig, waardoor plotselinge Mögel-Dellinger-effecten slechts sporadisch te verwachten zijn. Daardoor blijft de grensfrequentie van de F2-laag vrij stabiel. Als dit zo aanhoudt tot donderdag dan levert dat mooi vergelijkbare propagatie op rond de gedeeltelijke zonsverduistering (avond van 12 augustus).

Daarmee is en blijft de 20 m-band de betrouwbare allround band. Deze opent vroeg in de ochtend, blijft de hele dag stabiel open voor wereldwijde DX-verbindingen – en dat vaak tot diep in de nacht. De 30 m- en 17 m-banden leveren overdag en in de vroege avond zeer goede signalen en bieden een rustiger alternatief voor de vaak drukbezette 20 m-band.

De 15 m-band opent overdag af en toe voor DX via de F2-laag, met name in de richting van Afrika, Zuid-Amerika en de Indische Oceaan. De reguliere F2-propagatie is in de zomer op de 12 en 10 m-banden vrij beperkt. Maar: er doen zich nog steeds regelmatig sporadische E (Es)-verschijnselen voor. Daardoor zijn plotselinge, zeer sterke signalen binnen Europa (bereik van 800 tot 2100 km) mogelijk.

Voor kortere afstanden bieden overdag 60 en 40 m uitstekende NVIS-omstandigheden (Near Vertical Incidence Skywave) binnen Midden-Europa (tot ca. 500–800 km); en ’s nachts in de richting van overzeese gebieden (80–40 m). Vooral op 80 m moet echter rekening worden gehouden met verhoogde statische ruis als gevolg van onweersactiviteit (QRN).

VHF en hoger

Voorlopig volgen de hogedrukgebieden elkaar onverstoord op. De zomerse weerpatronen zorgen doorgaans voor meer buienachtige regen, zelfs bij fronten, waardoor de kans op regenscatter dan redelijk groot is.  Als er in de komende dagen al neerslag valt dan zal dit eerder ten noorden van de Waddeneilanden zijn. Liefhebbers voor regenscatter moeten dus nog langer geduld hebben. Doordat ook voor tropo vocht nodig is zijn tropocondities hooguit boven water redelijk tot matig.

De Kp-index steeg vorige week kortstondig tot boven 5, maar voorlopig blijft het wat rustiger.

De mogelijkheden voor meteorscatter is deze week goed, aangezien de Perseïden-meteorenregen rond woensdag 12 en donderdag 13 augustus zijn hoogtepunt bereikt. Het is heel interessant om gewoon een ontvanger op een meteoorverstrooiingskanaal te laten staan om de kortstondige signalen te horen.

Het Sporadic-E-seizoen duurt voort en, aangezien meteoorresten een rol spelen bij het leveren van de benodigde ionisatie, is het tijdens de Perseïden-week altijd de moeite waard om te kijken of er een verrassende opening is. Wat betreft de weerspatronen van de straalstroom komen de sterkste aanwijzingen uit het oosten, richting de Oostzee. Andere richtingen mogen echter niet worden genegeerd, aangezien zelfs vrij kleine verschijnselen, zoals een langzaam voortbewegende zware onweersbui, van invloed kunnen zijn.

EME

Voor EME-operators bereikt de declinatie van de maan zondag de 9e, haar maximum, wanneer zowel de duur van het maanvenster als de hoogte van de maan hun hoogtepunt bereiken. De signaalverliezen zijn maandag 10 augustus, op het perigeum het laagst. De hemelruis op 144 MHz is laag tot matig tot en met woensdag de 12e, wanneer de zon dicht bij de maan aan de hemel staat vanwege de gedeeltelijke zonsverduistering die dag.

 



Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

Propagatienieuws – 1 aug 2026

HF

Voor de zomerperiode was de afgelopen week een goede week: de zonnefluxindex lag overwegend tussen ongeveer 140 en 150, en er waren ook geen noemenswaardige geomagnetische storingen. De hoogste bruikbare frequentie boven Midden-Europa bereikte meestal waarden tussen 20 en 25 MHz, waardoor de 15-m-band overdag in ieder geval enkele uren open was.

Wel was er op zondag 26 juli rond 15.30 UTC een plotselinge ionosferische verstoring, of SID, als gevolg van een zonnevlam van klasse M. Een SID klinkt meestal alsof iemand zojuist de ionosfeer heeft ‘uitgeschakeld’, hoewel het herstel vrij snel kan verlopen.

Een M-flare op donderdag veroorzaakte een zwakke protonenuitbarsting, die tot het weekend de polaire paden tot aan de 40-m-band zou kunnen verstoren. Momenteel zijn er elke dag meerdere meestal beperkte coronale massa-ejecties (CME’s). Deze worden mooi gevisualiseerd op https://helioforecast.space/static/sync/elevo/elevo.mp4

HF vooruitzichten

Momenteel zijn er acht vlekken op het naar de aarde gerichte deel van de zonneschijf. De vlekken liggen overwegend dicht bij de evenaar, wat typerend is voor de huidige cyclusfase. Ze zullen de komende dagen nog iets in kracht toenemen, waardoor de zonneactiviteit nog enkele dagen verhoogd blijft. Voorlopig moet nog rekening worden gehouden met een zonneflux van 140 tot 170, maar tegen het volgende weekend wordt een daling tot onder de 130 verwacht.

Zolang het aardmagnetisch veld redelijk rustig blijft, zullen de propagatieomstandigheden de komende dagen nauwelijks veranderen: 20 en 17 meter zijn de belangrijkste DX-banden, 15 meter opent overdag vrij regelmatig, en soms zijn ook nog laat in de nacht FT8 signalen te horen via westelijke en zuidelijke paden. De 40 meter biedt vooral aan het begin en einde van de dag en ’s nachts een interessant aanbod aan stations; en op de 10 en 6 meter maakt de sporadische E-laag short-skip-propagatie mogelijk.

Minpunt is echter een zwakke CME van 30 juli, die het gevolg was van de M1.9-zonnestorm en een filamentuitbarsting. De vraag is of het uitgestoten plasma richting de aarde trekt. NOAA houdt in de meest recente modelberekeningen er rekening mee dat dit op zondag 2 augustus tijdelijk kan leiden tot een Kp van 5 of net daarboven en een gematigde G2 magnetische storm.

Op de hogere banden, zoals 15 en 10 m, zijn momenteel noord-zuidverbindingen gunstig, bijvoorbeeld van het Verenigd Koninkrijk naar Zuid-Afrika en Zuid-Amerika. De 20 m-band zou beter bruikbaar moeten zijn voor verbindingen naar Noord-Amerika.

NOAA voorspelt dat de zonneactiviteit de komende week licht kan afnemen. Er wordt een zonnefluxindex in het bereik van 120 tot 130 voorspeld.

Voor dinsdag 4 augustus wordt een geomagnetische verstoring voorspeld, met een verwachte Kp-index van 4. Dit zou zich in de daaropvolgende dagen moeten herstellen, terug naar een meer gebruikelijke waarde van 2 tot 3.

VHF en hoger

In de komende dagen neemt de invloed van lagedrukgebieden aan de westrand van Europa toe.

Het hogedrukgebied boven Duitsland is niet erg sterk. Bij extreme temperaturen houden de temperatuurinversies die troposferische verbinding mogelijk maken zelden stand tijdens de opwarming overdag boven het land. Alleen kuststations blijven overdag in de gunstige omstandigheden voor troposferische verbinding. Verwacht daardoor wisselende perioden met redelijke tot matige tropo voor beperkte gebieden.

De weersvoorspellingsmodellen voor de komende periode wijzen erop dat het weerpatroon onstabieler probeert te worden. De propagatie wordt op twee manieren beïnvloedt. Iets koeler weer brengt af en toe een bui, waardoor er kans is op regenscatter. Tevens zal er wellicht minder betrouwbare troposferische verspreiding zijn naarmate de hogedruk verzwakt. Er blijven waarschijnlijk enkele potentiële troposferische paden over uit de gefragmenteerde delen van de hogedruk, maar het kan nogal wisselvallig zijn.

Augustus is een goede maand voor meteorscatter met o.a.de Perseïden als een van de populairste meteorenregens.

Hoewel deze regen de afgelopen jaren zeer dynamisch is gebleken (vooral in de jaren negentig, vanwege de periheliumdoorgang van de moederkomeet 109P/Swift-Tuttle in 1992, met een omlooptijd van ongeveer 130 jaar), concentreerde de meteoor activiteit zich recentelijk vooral rond de “normale” piek, met een ZHR van ongeveer 100 per uur1. Het doorkruisen van enkele dichte stromen heeft echter in verschillende jaren geleid tot verhoogde activiteit.

Uit recente IMO-waarnemingen is gebleken dat het tijdstip van het “traditionele“ brede maximum varieerde tussen 12 augustus 2026, 21 uur UTC tot 13 augustus, 09 uur UTC. De piek zal naar verwachting plaatsvinden op 13 augustus rond 02.00–04.00 uur UTC met een ZHR van ongeveer 100 per uur.

Tijdens de recente terugkeerperioden is er hoge activiteit gemeld na de hoofdpiek. Op 14 augustus 2021, kort na 08.00 uur UTC, werd een scherpe stijging van de ZHR (meer dan 100 boven het basisniveau) waargenomen. Dit was ongeveer 1,5 dag na het knooppuntmaximum en ongeveer 0,7 dag na de kleinere maxima in 2018 en 2020. Tijdens de terugkeer in 2022-2024 is niets vergelijkbaars waargenomen.

Uit de modellen van Maslov blijkt dat de achtergrondactiviteit (permanente activiteit) tot 2026 naar verwachting aanzienlijk lager zal zijn dan de gewoonlijk genoemde ZHR van 100. Pas in 2027 zal de aarde delen van de stroom passeren die door Jupiter zijn verstoord, wat dan weer tot hogere algemene frequenties kan leiden.

Uit de berekeningen van Vaubaillon blijkt dat de aarde in 2026 het stofspoor van 1079 zal naderen. Het spoor is opgesplitst in drie delen. Naar verwachting zal de aarde op 12 augustus om 16u 53m UTC een van deze takken passeren. Aangezien het om een zeer oud spoor gaat, wordt er geen schatting van de activiteit gegeven.

Naast de Perseïden zullen er in augustus ook enkele kleinere meteorenregens actief zijn, waarbij de κ-Cygniden en de γ-Leoniden bij daglicht de belangrijkste zijn.

Vergeet ten slotte niet de grote bijdrage van sporadische meteoren: hun frequentie ligt in augustus zeer dicht bij het jaarlijkse maximum.

De zonneactiviteit speelt nog steeds een rol wat betreft de effecten van coronale massa-uitstoot van de zon en de kans op Aurora’s. Dat is dus nog een mogelijkheid om op de lijst te houden. Tot slot nog een opmerking over Sporadic-E, dat tot en met augustus aanhoudt en vorige week voor velen dagelijks verbindingen met Noord-Amerika mogelijk maakte. Jetstromen zijn vaak de drijvende kracht achter turbulentie in de lagere atmosfeer en kunnen de locatie van Sporadic-E beïnvloeden. De komende week zullen ze waarschijnlijk niet veel helpen vanwege een zeer zwak weerpatroon boven Europa. Het is nog steeds de moeite waard om tijdens de twee gebruikelijke activiteit periodes, halverwege de ochtend en laat in de middag, even te kijken.

EME

Voor EME-operators neemt de declinatie van de maan weer toe, met als gevolg dat op het noordelijk halfrond de duur van het maanvenster en de maximale hoogte van de maan toenemen. De signaalverliezen zullen afnemen naarmate de week vordert in de richting van het perigeum op maandag 10 augustus. De hemelse ruis op 144 MHz is de hele week laag tot matig.

 



Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

Propagatienieuws – 25 juli 2026

HF

De ionosferische omstandigheden van de afgelopen week waren overwegend rustig en stabiel, met een matige zonneflux en slechts enkele storingen. De MUF lag boven Noord- en Midden-Europa meestal tussen 17 en 22 MHz; op sommige dagen werden boven de Middellandse Zee waarden van 28 MHz+ bereikt. Er was regelmatig sprake van Sporadic-E-activiteit, wat vooral in Midden-Europa voor goede DX-mogelijkheden zorgde.

De eerder verwachtte stijging van de zonnefluxindex is gerealiseerd en lag in de tweede helft van de week deels rond de 150. Halverwege de week begon het echter ook in het aardmagnetisch veld onrustiger te worden; op donderdag bereikte de geomagnetische activiteit stormniveau. De oorzaken hiervan waren een combinatie van een coronale massa-uitstoot van zondag 19 juli en een coronaal gat in de vorm van een enorme scheur op de zon, die zich uitstrekte over meer dan een miljoen kilometer. Als gevolg daarvan kwam de MUF nauwelijks nog boven de 20 MHz uit.

HF vooruitzichten

Voor de komende dagen is een zonneflux van 145 tot 155 waarschijnlijk; in de tweede helft van de week zal deze naar verwachting sterk dalen tot 110. Het risico op zonnevlammen is momenteel laag tot matig. De geomagnetische activiteit blijft voorlopig overwegend rustig Kp tot 4, maar tegen het einde van de maand zou deze weer kunnen toenemen.

De omstandigheden voor de ionosferische propagatie blijven daarom voorlopig wisselend, maar er zullen af en toe gunstige DX-omstandigheden zijn. De wereldwijde F2-DX-routes op 10/12 m blijven echter typisch zomers zwak. Het is echter hoogseizoen voor Sporadic-E (Es): overdag en in de vroege avond zijn zeer sterke signalen uit Europa (300 tot 2.000 km) gegarandeerd. Op 15/17 m zijn de omstandigheden overdag matig tot goed. DX is vooral in zuidelijke richting (Afrika, Zuid-Amerika) betrouwbaar. 20/30 m zijn de werkpaarden; 20 m blijft vaak tot ver in de nacht open voor wereldwijde DX-verbindingen, 30 m (en 40 m) opent zich in de avond- en nachturen betrouwbaar voor intercontinentale verbindingen. De lagere banden (80/160 m) worden sterk beïnvloed door het zomerseizoen: overdag sluit de D-laag de banden af. ’s Nachts zijn weliswaar vooral verbindingen binnen Europa mogelijk, maar er moet rekening worden gehouden met verhoogde statische ruis (QRN) als gevolg van zomerse onweersbuien.

VHF en hoger

Dit weekend ligt onze regio in een uitgestrekt gebied met lage druk met grote afstand tussen de isobaren. Maandag/dinsdag schuift een hogedrukgebied van Frankrijk naar Roemenië. Voor tropo is dit alles te instabiel. Als er al condities zijn dan zal dat met name boven zeewater zijn. Dit is nog steeds een goede periode voor zomerse tropo. Houd er echter rekening mee dat warme dagen de vijand zijn van tropo boven land en dat vooral verbindingen over zee de hele dag standhouden, terwijl stations op het land het beste uit nachtelijke verbindingen moeten halen.

Met name zondag is wat neerslag te verwachten, met daarbij wat kansen voor regenscatter.

Het laatste deel van de week biedt mogelijkheden voor meteorscatter, aangezien de Delta Aquariden de komende week hun hoogtepunt bereiken. Hierover heerst gematigd optimisme, aangezien het voornamelijk een verschijnsel op het zuidelijk halfrond betreft.

De vooruitzichten op zomerse aurora blijft aan de magere kant, maar let op Kp-indexwaarden die boven de 5 uitkomen voordat je je antennes naar het noorden richt.

Sporadic-E, dat zich op typische zomerse wijze ontwikkelt, was de laatste tijd erg goed en leverde afgelopen donderdag 23 juli een volledige reeks banden op, tot en met 2 m. Nu het weer wat onstabieler wordt, zou dit de Sporadic-E kunnen bevorderen. Dit zou kunnen gebeuren als de fronten het continent binnen trekken en zwakke straalstromen, en mogelijk onweersachtige koufronten, op de juiste afstand boven Europa voor turbulentie zorgen. Dit zal waarschijnlijk de verbindingen naar Scandinavië en de Balkan bevorderen.

EME

Voor EME-operators bereikt de declinatie van de maan de 26e zijn minimum, waardoor de duur van de maanvensters en de maximale hoogte van de maan op hun laagste waarde liggen. Aangezien de maan de 25e, zijn apogeum bereikte, zullen de padverliezen in de loop van de week afnemen. De hemelruis op 144 MHz is aan het begin van de week hoog en piekt de 26e op meer dan 2800 Kelvin, waarna deze de komende week langzaam zal afnemen.

 



Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

Propagatienieuws – 18 juli 2026

HF

De activiteit op de zon was afgelopen week over het algemeen rustig: slechts enkele inactieve zonnegebieden, slechts een paar C-flares per dag en één M-flare. De zonneflux daalde hierdoor tot waarden rond de 100. Een coronaal gat in combinatie met een CME veroorzaakte zondag 12 juli een zwakke magnetische storm, waarna het overwegend rustig bleef. De MUF boven Midden-Europa bereikte waarden tot maximaal 22 MHz. Maar dankzij een terugkerende sporadische E-laag waren tijdens het IARU-HF-kampioenschap afgelopen weekend verbindingen op alle banden mogelijk.

De winnaars van het World Radio Team Championship konden vorige week toch 5.800 QSO’s te maken in 24 uur. Uit een analyse blijkt dat de 20 m-band het beste scoorde, op de voet gevolgd door de 15 m- en 40 m-band. De overheersende modus was CW.

Tip Solarham.com: De rook van bosbranden die vanuit Ontario de VS binnenstroomt, heeft de afgelopen week de luchtkwaliteit ernstig aangetast. Daarnaast zorgt deze rook ervoor dat precies de juiste hoeveelheid zonlicht wordt gefilterd, waardoor de zon aan de hemel eruitziet als een feloranje bol. Dan Arman uit Michigan heeft eenfoto vrijdagochtend met zijn mobiele telefoon gemaakt, waarop het zonnevlekgebied (AR 4489) duidelijk te zien is

HF vooruitzichten

Enkele actieve gebieden worden weer zichtbaar aan de naar ons gerichte kant van de zon: met name AR 4478 vertoont een hoge magnetische complexiteit. Daarom wordt een toename van de zonneactiviteit verwacht; de zonneflux zou in de loop van de week kunnen stijgen naar 135 (of iets daarboven), wat waarschijnlijk zal leiden tot langere openingen op 15 m; ook zou de 20-m-band in de tweede helft van de nacht slechts kortstondig moeten sluiten. Grotere F2-openingen op 12 en 10 m zijn vanwege de zomerse omstandigheden in de ionosfeer vrij onwaarschijnlijk (waarschijnlijk pas weer in september), terwijl boven de Middellandse Zee de MUF op sommige dagen laat in de middag 28 MHz en meer bereikt en daarmee DX-verbindingen over grote afstanden op 10 m in zuidelijke richting mogelijk maakt — doorslaggevend is de MUF op het eerste reflectiepunt

Over het algemeen betekent dit voor de komende dagen rustige, stabiele ionosferische omstandigheden. De MUF ligt ’s middags meestal rond de 17–19 MHz, de zon is rustig en het magnetisch veld is stabiel. Daardoor zijn de 20 m- en 17 m-banden de meest betrouwbare DX-banden, terwijl de 15 m- en 10 m-banden eerder sporadisch open gaan. ’s Avonds loont het de moeite om 40/30 m in de gaten te houden. De huidige onweerssituatie maakt 60/80/160 m-DX moeilijk.

VHF en hoger

Een lagedrukgebied ten noorden van Polen zorgt voor lucht uit noordelijke richting. Tropocondities moeten we daardoor eerder zoeken tussen Ierland en Spanje. Dichter bij huis is tropo hooguit redelijk boven de Noordzee tijdens perioden met minder wind. Voorlopig wordt er nog geen noemenswaardige neerslag verwacht en daarmee zijn de kansen op regenscatter minimaal.

Voor Aurora is de Kp index voorlopig veel te laag. Er zijn momenteel ongeveer drie meteorenregens die een ruime periode van activiteit bieden voor meteorscatter en langdurige ionisatie leveren als brandstof voor sporadische E.

Gezien het verband tussen sporadische E en straalstromen, wijzen de patronen van de straalstromen in de bovenste luchtlagen op gunstige routes naar het zuidoosten, de Balkan in, en vervolgens naar het noordoosten en Scandinavië voor sporadische E. Let op mogelijkheden voor multi-hop-routes naar het Verre Oosten in de ochtend op de 6m-band en later op de dag naar de Verenigde Staten niet; deze zijn de laatste tijd erg goed geweest.

EME

Voor EME-operators daalt de declinatie van de maan weer en is het perigeum op maandag 13 juli gepasseerd, waardoor de duur van de maanvensters korter wordt en de padverliezen toenemen. De hemelruis op 144 MHz is laag en neemt toe tot matig op donderdag 23 juli.

 



Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

Propagatienieuws – 11 juli 2026

HF

Het afgelopen weekend 4/5 juli was de propagatie erg verstoord. In de vroege zaterdagochtend werden de eerste gevolgen van de CME zichtbaar. De magnetometers schoten omhoog naar een k-index van 6 tot 7; de magnetische stormen waren vooral op de lagere banden merkbaar. Pas in de nacht van zondag op maandag kwam het aardmagnetisch veld tot rust, de ionosfeer herstelde zich vrij snel en de MUF boven Midden-Europa steeg weer tot waarden boven de 21 MHz. Maar niet overal waren daardoor ook de hogere banden beschikbaar, omdat de sporadische E-laag de signalen deels belette de F2-regio te bereiken. Dat merkte men vooral aan een toegenomen aantal short-skip-verbindingen.

HF vooruitzichten

Momenteel zijn de zonnewindsnelheden nog wat verhoogd als gevolg van een naar de aarde gericht coronaal gat. Een afname wordt in het weekend verwacht. De geomagnetische activiteit zal naar verwachting rustig tot wisselvallig zijn, voordat zondag mogelijk een plasmawolk van een coronale massa-uitbarsting de aarde raakt. Dat zou kunnen leiden tot actieve tot een Kp van net 5 en een lichte G1 storm op zondagmiddag. De zonnevlamactiviteit is gering en zal nauwelijks veranderen (M30%, X10%). De zonneflux daalt eerst verder richting de 100-grens en kan later weer herstellen naar 125.

In het MUF-verloop is de zomerse stilte duidelijk merkbaar. Boven de 20 meter worden krachtige DX-signalen – naarmate de frequentie toeneemt – steeds schaarser.

Voor de komende week zijn er op dit moment geen grotere storingen te verwachten. De MUF daalt ’s nachts tot waarden net onder de 15 MHz, dus de 20-meterband zou het grootste deel van de tijd bruikbaar moeten blijven. Overdag zijn de 20- en 17-meterbanden de beste DX-banden; de 15-meterband opent regelmatig, en boven 21 MHz zijn kortere F2-openingen mogelijk, mits de sporadische E-laag dit toelaat.

VHF en hoger

De kernen van hoge- en lagedrukgebieden liggen op afstand en daardoor is er weinig wind. De komende dagen wordt vochtige lucht over de Noordzee naar ons land gevoerd. Voor de propagatie betekent dit dat er sprake is van bijna ideale troposferische omstandigheden. Dit is met name het geval wanneer de lage bewolking landinwaarts trekt en er een duidelijk contrast ontstaat tussen de hete, droge lucht boven de inversielaag en de koele, vochtige en ondiepe bewolkingslaag eronder. In het hoogseizoen zorgt de opwarming van het land overdag er echter voor dat de opwaartse stroming in de ochtend afneemt, doordat de temperatuurinversie door de felle zon wordt doorbroken.

Voor de komende dagen is dan ook deels zeer sterke tropo te verwachten met name boven de Noordzee richting het Verenigd Koninkrijk. In de loop van de week ontwikkelt zich boven Frankrijk een lagedrukgebied. De wind zal dan meer uit oostelijke richting over land worden aangevoerd.   
Neerslag wordt voorlopig niet verwacht. De mogelijkheden voor regenscatter zijn daardoor nihil.

De kans op aurora hangt af van de Kp-index. Voor de komende dagen is die hooguit 5 maar meestal een stuk lager. Dit is niet voldoende om radio-activiteit te genereren; daarvoor is een Kp-index van 7 dichter bij de norm.

Meteorscatter moet het voorlopig hebben van random meteoren, maar de volgende regen, de Delta Aquariden, komt er binnekort aan.
Het Sporadic-E-seizoen verloopt dit jaar goed, met name voor digitale modi. Op meerdere dagen zijn er op 6m openingen geweest naar China, Japan en Angola. Er zijn ook af en toe activiteiten geweest voor CW en SSB tot 2 m. Niet alle delen van het land profiteren echter van een opening, dus houdt de clusters in de gaten voor vroegtijdige meldingen van bruikbare paden.

EME

De maan declinatie bereikt 12 juli het maximum, dus de duur van de maanvensters zal samen met de maximale hoogte van de maan een piek bereiken. De padverliezen nemen nog steeds af, tot het perigeum op de 13e. De hemelruis op 144 MHz is matig tot dinsdag de 14e, wanneer de zon en de maan dicht bij elkaar staan aan de hemel, en daarna laag voor de rest van de week.Voor EME neemt de declinatie toe; morgen, en wordt op 6 juli positief, waardoor de duur van de maanvensters toeneemt. De padverliezen nemen af, maar het perigeum – het punt waarop de maan het dichtst bij de aarde staat – is nog ruim een week verwijderd, op maandag 13 juli. De hemelruis op 144 MHz is de hele week laag.

 



Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

Propagatienieuws – 4 juli 2026

HF

Vier regio’s op de zon hebben flink bijgedragen aan de zonneactiviteit. De zonneflux steeg vorige week voor het eerst dit jaar boven de grens van 200; donderdag stond de teller op 209. Dinsdag was er zelfs een X1-vlam, woensdag volgden 17 M-vlammen en van vrijdagochtend tot zaterdagochtend maar liefst een dozijn. Deze vlammenstorm werd gevolgd door coronale massa-uitstoot. Een X-vlam van dinsdag veroorzaakte een gedeeltelijke halo-CME, die vrijdag rond 12.00 UTC de aarde bereikte en vervolgens leidde tot stormachtige (G1 tot G2) geomagnetische activiteit, en tijdelijk een Kp van 7 en meer dat 170 GW hemisferisch vermogen. De snelheden van de zonnewind zijn aanzienlijk toegenomen.

HF vooruitzichten

De stom zou in de loop van het weekend geleidelijk moeten afnemen. De geomagnetische activiteit zal aanvankelijk overwegend wisselvallig tot stormachtig (Kp 3-6) zijn en in de loop van de week tot het begin van de week geleidelijk afnemen (Kp 2-3). Ook zijn protonstormen mogelijk. Het risico op zonnevlammen blijft verhoogd (M70%, X20%).De zonneflux is inmiddels weer gedaald tot circa 185. Als gevolg van de magnetische storm is de MUF gedaald tot slechts 10 MHz. Er moet daarom rekening worden gehouden met aanhoudend verstoorde DX-omstandigheden.
De actieve gebieden die het levendige radioweer hebben veroorzaakt, trekken in de loop van het weekend geleidelijk weg naar de achterkant van de zon. Dan zal het aan de naar ons gerichte kant van de zon voorlopig vrij rustig worden. De zonneflux zal in de komende week dalen tot waarden rond de 140. Daarna wordt het weer rustiger, voordat er komend weekend opnieuw wat onrust ontstaat door een coronaal gat. 
Dit weekend zullen de DX-omstandigheden dus worden verstoord door de magnetische storm – met een lage MUF en zwakkere signalen. Tegen het begin van de week vindt er een langzaam herstel plaats: de 20 meterband is dan weer 24 uur per dag open, en overdag gaan ook 17 en 15 meter open. Daarboven zijn er steeds weer openingen via de F2-regio, maar vooral de sporadische E-laag zorgt voor talrijke short-skip-omstandigheden.

VHF en hoger

Het grootste deel van de komende week zal er een matig hogedrukgebied liggen ten zuidwesten van de Britse Eilanden. Het ligt echter op een voor onze regio minder gunstige positie. Tropo kunnen we daardoor vooral boven zeewater vinden aangevuld met wat tijdelijke verbeteringen door de temperatuurverschillen tussen dag en nacht. Tevens houdt dit stabiele gebied de neerslag grotendeels op afstand. Kansen voor regenscatter zijn daardoor gering.

De G3 storm met Kp7 heeft in de nachtelijke uren van zaterdag geleid tot Aurora-meldingen op 6 en 2m. Ook op zondagavond zal de Kp index weer wat oplopen tot 5, maar dat is waarschijnlijk onvoldoende voor Aurora activiteit. 

De meteorenregen in juli concentreert zich rond het einde van de maand. Er zijn op dit moment geen noemenswaardige meteorenregens, dus willekeurige activiteit, vooral in de vroege ochtenduren, zal waarschijnlijk de beste kans op QSO’s bieden.
De meest opvallende meteorenregen deze maand is die van de Zuidelijke δ-Aquariïden, met een piek op 31 juli. De maximale ZHR van deze meteorenregen ligt rond de 25 per uur gedurende ongeveer 2 dagen, binnen een wat bredere periode van 5 dagen met de ZHR boven de 20. Rond het maximum zijn heldere meteoren te zien, maar daarvoor en daarna zijn de meteoren relatief zwak. In 1977 en 2003 werden twee korte uitbarstingen (beide met een ZHR van 40 per uur) waargenomen. Voor Europese waarnemers bevindt het stralingspunt van deze meteorenregen zich alleen ’s nachts en in de vroege ochtenduren boven de horizon.
Rond eind juli zijn er ook enkele kleinere meteorenregens actief: de Piscis Austriniden kunnen voornamelijk vanaf het zuidelijk halfrond voor MS worden gebruikt, terwijl de α-Capricorniden worden gekenmerkt door heldere meteoren met een lage schijnbare snelheid, waardoor deze meteorenregen een van de meest spectaculaire is om visueel te observeren. De laatste piek van de α-Capricorniden vond plaats in 1995 (ZHR = 10 uur⁻¹); Houd er rekening mee dat recente waarnemingsresultaten wijzen op 30/31 juli als de datum van de piek.

Sporadische E-condities zijn de laatste tijd uitstekend geweest, vooral op digitale modi, met lange openingen tot 144 MHz. We zitten nog steeds midden in het hoogseizoen. De verdeling van de straalstromen in de komende week lijkt nog steeds gunstig te zijn voor de Scandinavische en Baltische routes voor sporadische E-condities, maar met mogelijke uitbreidingen naar de Balkan naarmate de straalstroom zich zuidwaarts uitbreidt.
De komende periode zal er nog steeds sprake zijn van zowel Sporadic-E als tropo op dezelfde dag, maar deze zouden, om verschillende redenen, te onderscheiden moeten zijn aan de hand van de richting van de opening. Tropo-gebeurtenissen zullen doorgaans langer duren, terwijl Sporadic-E vluchtiger is. Onthoud dat op een drukke dag niet alle VHF-DX het gevolg zal zijn van Sporadic-E en dat je te maken kunt hebben met een hybride dag van Sporadic-E en tropo.

EME

Voor EME neemt de declinatie toe; morgen, en wordt op 6 juli positief, waardoor de duur van de maanvensters toeneemt. De padverliezen nemen af, maar het perigeum – het punt waarop de maan het dichtst bij de aarde staat – is nog ruim een week verwijderd, op maandag 13 juli. De hemelruis op 144 MHz is de hele week laag.

 



Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

Propagatienieuws – 27 juni 2026

HF

Vorig weekend waren er enkele M klasse zonnevlammen en stond de zonneflux op 110. In de loop van de week steeg de index geleidelijk tot boven de 160. Dit kwam vooral de hogere banden ten goede. De lagere banden werden daarentegen gehinderd door snelle zonnewinden uit een coronagat.

Ook in de ionosfeer is het hoogzomer en daardoor zijn de maximale MUF-waarden overdag worden beperkt tot ongeveer 20 tot 22 MHz. Daar staat tegenover dat deze ’s nachts nauwelijks onder de 15 MHz daalt. Hierdoor wordt de 20-meterband in feite een echte 24/7-band, en zijn 17m en 15m nog tot het begin van de nacht bruikbaar voor zuidwestelijke paden.

HF vooruitzichten

VOp de zichtbare zonneschijf zijn enkele groeiende actieve regio’s te zien. Voor de komende dagen zal de zonneflux rond 155-160 blijven met een afnemende geomagnetische activiteit. Klein voorbehoud hierbij: vrijdag avond is er een CME geweest waarvan bij nadere bestudering is gebleken dat deze niet aan de achterzijde, maar toch op de voorzijde van de zon moet zijn ontstaan. Mocht daarvan toch wat het pad van de aarde kruisen dan is dat waarschijnlijk maandag merkbaar. 20 en 17 meter zijn de aanbevolen banden voor DX. Maar ook op 10 en 6 meter doen zich steeds weer verrassende Sporadic E-effecten voor..

VHF en hoger

Vochtige lucht, weinig wind en dag/nacht temperatuurverschillen zijn gunstig voor tropo. Helaas vallen deze momenteel niet mooi samen. Tropocondities vallen daardoor voorlopig wat tegen. Met name dit weekend is er nog kans op wat buien en dus voor regenscatter op de GHz banden. Maandag kan er langs de kust boven water wel een bruikbaar pad ontstaan richting Landsend in het VK en Bretagne. In deze tijd van het jaar is tropo een uitdaging, door de beweging van warme lucht vanaf het land over het koelere zeewater. Dit kan zorgen voor ideale duct-omstandigheden die de hele dag boven het water aanhouden, maar voor stations ver landinwaarts kan het lastig zijn. Het kan soms ook verwarring veroorzaken over de vraag of je via Sporadic-E of via troposferische verspreiding werkt. Als het tropo is, zal het veel langer aanhouden en vooral ’s nachts goed zijn op de hoge banden. Als de verbinding op de 70 cm-band werkt, is het waarschijnlijk tropo.

De typische zomerse patronen van de straalstromen nemen halverwege de zomer wat af. Maar de patronen die zich wel voordoen, kunnen veel potentie bieden voor Sporadic-E, aangezien de ionosfeer goed is voorbereid door meteoörresten van de Bootiden in juni.

Multi-hop Sporadic-E-verbindingen naar de VS en het Verre Oosten zullen waarschijnlijk af en toe voor een verrassing zorgen; voor individuele stations zijn ze vaak van korte duur, maar over het algemeen is dit een goed moment in het seizoen om optimistisch te zijn.

Meteorscatter is het beste rond het maximum van de random uren, wat net rond zonsopgang is. Voor de komende dagen is de verwachte Kp index te laag voor Aurora, maar statistisch komt dit in het hoogseizoen minder vaak voor.

EME

Wat EME betreft: de signaalverliezen zijn groot omdat de maan zich dicht bij het apogeum bevindt, het verste punt van de aarde. De declinatie is ook op een minimum. De hemelruis is momenteel hoog, maar zal in de loop van de week verbeteren.

 



Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

Propagatienieuws – 20 juni 2026

HF

Op de zichtbare zonneschijf zijn slechts een paar gebieden met zonnevlekken te zien. Met uitzondering van een M1,3 zonnevlam op zaterdag 0151 UTC  was er niets noemenswaardigs te melden. De geomagnetische activiteit was over het algemeen vrij rustig, op enkele uitzonderingen na. Helaas daalde ook de zonneflux binnen een week van 128 naar 111. Momenteel ligt de kans op M-vlammen op 15 % en op X-vlammen op 1 %. Dit, in combinatie met de zomerse rustperiode, leidt tot een lagere MUF.

Maar hoe ontstaat die zomerse rustperiode? Door de langere dagen en de hoge stand van de zon rond het middaguur wordt de atmosfeer in de zomer sterk opgewarmd en zet deze uit. De vrije elektronen, die bepalend zijn voor de propagatie, verspreiden zich daardoor over een groter volume, waardoor hun dichtheid afneemt – en daarmee ook de kritische frequentie om signalen terug te buigen naar de aarde. Omdat de nacht daarentegen zo kort is, gaan er aanzienlijk minder vrije elektronen verloren door recombinatie dan in de winter, waardoor de kritische frequentie ’s nachts niet zo sterk daalt.

In deze periode van het jaar schommelt de hoogste bruikbare frequentie heen en weer in een vrij smalle band tussen 18 en 21 MHz, slechts af en toe daalt deze ’s nachts tot 14 MHz. Het verschil in propagatie tussen dag en nacht is gering. En zolang er geen storingen het beeld vertroebelen, kun je op de 20-m-band al bijna spreken van continu gebruik.

HF vooruitzichten

Voor de komende dagen wordt een lichte stijging van de zonneflux naar 130 en een lage Kp van 1 tot 2 verwacht. De vrij rustige geomagnetische activiteit van de afgelopen dagen zal aanhouden. Volgens Dr. Tony Phillips (van SpaceWeather.com) kan men zich dit voorstellen als een „anti-Russell-McPherron-effect”. Terwijl het Russell-McPherron-effect de sterke magnetische verbinding tussen de zon en de aarde rond de dag-nachtgelijkheid beschrijft, geldt mogelijk ook het omgekeerde: dan zou de magnetische verbinding rond de zonnewendes het zwakst zijn. In ieder geval hebben de recente coronale massa-uitbarstingen (CME’s) geen sterke geomagnetische stormen veroorzaakt.

Overdag is de meeste DX te verwachten op 20 en 17 meter; DX-verbindingen boven 21 MHz zijn zeldzaam. ’s Nachts blijft de 20-m-band meestal continu bruikbaar. Op de hogere HF banden is er aanvullend Sporadic E, maar de sprongafstand is daarvan merkbaar korter.

VHF en hoger

In de komende dagen ligt er een hogedrukgebied boven de Noordzee. De bruikbaarheid voor tropo valt echter wat tegen doordat er ook wat onstabiliteit in de atmosfeer zit. Met name zondag levert dit nog kansen voor regenscatter indien er zwaardere (onweer)buien tot ontwikkeling komen. De beste kansen op tropo zijn boven water. Daarnaast zullen de temperatuurverschillen tussen dag en nacht tijdelijk wat verbetering opleveren met name in de nacht.

Het hoogseizoen is niet het beste voor aurora door de stand van aardas t.o.v. de zon. Daarnaast is de activiteit op de zon momenteel erg laag. Voor de komende dagen is nog geen bruikbare Kp-index te verwachten.

Operators die zich bezighouden met meteorscatter hebben gebruik gemaakt van de afnemende Arietiden activiteit van eerder in juni. De tweede interessante meteorenregen deze maand zijn de Junne Bootiden.in de periode 22 juni tot donderdag 2 juli, met een piek op zaterdag 27 juni.

Het Sporadic-E-seizoen vordert en biedt op de meeste dagen iets op de 10- en 6m-banden binnen Europa. Op de 2m-band zijn de mogelijkheden echter beperkt. Zoals gewoonlijk zullen digitale modi als eerste resultaten opleveren, dus gebruik de FT8-verbindingen als richtlijn voor de andere modi, die zullen volgen naarmate de Sporadic-E-activiteit toeneemt. Multi-hop-verbindingen komen regelmatig voor, maar vereisen gerichte antennes en veel geluk om meerdere Sporadic-E-patches op één lijn te krijgen. Actief zijn op het juiste moment is de uitdaging. Dit geldt ’s ochtends voor de routes naar het Verre Oosten en ’s avonds voor die naar de Verenigde Staten en het Caribisch gebied.

EME

Voor EME neemt de declinatie van de maan weer af en wordt 21 juni weer negatief, waardoor het signaalverlies toeneemt nu de maan het perigeum is gepasseerd. Dit betekent dat de maanvensters korter worden en de maximale hoogte van de maan afneemt naarmate de week vordert. De luchttemperatuur op 144 MHz is laag, maar stijgt tot matig tegen vrijdag 26 juni.

 



Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

Propagatienieuws – 13 juni 2026

HF

De activiteit op de zon is momenteel wat minder. De zonneflux daalde vorige week tot onder de 130, wat vooral op de hogere banden merkbaar was. De oorzaak was een afname van het aantal actieve gebieden op de zon: het “Sun Spot Number” (SSN) daalde binnen enkele dagen van 145 naar 81, maar de meetwaarden voor Röntgen en UV-straling zijn een betere indicator voor de te verwachten ionisatie.

Vorige week waren er meermaals waarschuwingen voor mogelijke geomagnetische storingen als gevolg van drie coronale massa-uitstoot (CME’s). Deze leidden echter alleen op donderdagavond met k-waarden >5 tot tijdelijke verstoringen. De magnetische activiteit herstelde zich gelukkig snel. Het magnetisch veld van de plasmawolk was naar het noorden gericht, waardoor de zonnedeeltjes niet in diepere lagen van de atmosfeer konden doordringen.

HF vooruitzichten

Dit weekend moet rekening worden gehouden met een actieve fase, wanneer het huidige coronale gat en de coronale massa-uitstoot (CME’s) die de aarde schampen, samenwerken. De geomagnetische activiteit zal dan schommelen tussen wisselvallig en actief met mogelijk kleinere stormen, en vooral op zaterdag een Kp tussen 3 en 6. Het is echter nog onduidelijk in hoeverre een CME de aarde zal raken. Desondanks zal de onrust al laat op zondag of aan het begin van de week weer afnemen.

De zonneflux zal de komende dagen schommelen tussen 120 en 130, het magnetisch veld blijft de hele week overwegend rustig. Op 15/16 juni zou er nog eens een korte stijging kunnen optreden, want dan wordt het volgende coronale gat actief. Aangezien het echter om een klein gebied gaat, zullen de gevolgen vrij beperkt zijn.

Dit alles betekent dat de zomerse propagatieomstandigheden zullen aanhouden: alle banden tot 15 meter zijn open, 12 en 10 meter zijn af en toe open en als dat het geval is, dan meestal maar kort. Daar staat tegenover dat er steeds weer sporadische E-propagatie is ter compensatie met soms erg sterke signalen binnen Europa (bijv. FT 8 signalen met +35 dB en meer).

De aanstaande zomer is ook een periode met soms stevige onweersbuien. Het is verstandig om de antennes van HF-radio’s los te koppelen wanneer je ze niet gebruikt. Zorg er wel voor dat je dit doet voordat er een onweersbui op komst is!

VHF en hoger

Op dxinfocentre.com waren zaterdagochtend nog uitgebreide gebieden met intense tropo te zien boven Frankrijk en de Atlantische zee tussen Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Het hogedrukgebied dat daarvoor zorgt wordt echter snel zwakker. Voor onze regio zijn met name wat noordelijker gelegen lagedrukgebieden van belang. Het leidt tot wat instabiliteit in het weer en daarmee niet noemenswaardige tropocondities. De verwachte neerslag is beperkt en daardoor ook de mogelijkheden voor regenscatter. Als de modelberekeningen uitkomen kan tegen het volgende weekend een hogedrukgebied boven de alpen de tropo mogelijkheden wel verbeteren.

De afgelopen tijd waren er een aantal zeer goede Sporadic-E-omstandigheden. Dit gold met name voor de 50 MHz-band, met op dinsdag 9 en woensdag 10 juni rond lunchtijd en tot in de avond openingen richting de VS. Ook was er op donderdagochtend 11 juni een opening richting Japan. Op 70 MHz zijn er openingen geweest, voornamelijk naar Oost-Europa en Spanje. Opvallend is dat we op 144 MHz nog niet veel Sporadic-E hebben gezien, maar een paar gelukkigen hebben wel QSO’s gemaakt. Al deze Sporadic-E-activiteit is waarschijnlijk geholpen door de extra langlevende metaalionen van meteoren van de Arietiden, een belangrijke meteorenregen in het begin van juni.

Sporadic-E wordt geassocieerd met de aanwezigheid van straalstromen, die zeer effectief zijn in het genereren van turbulentie die zich tot in de E-regio kan voortplanten en de vorming van Sporadic-E bevordert.

De noordwestelijke straalstroom trekt nog steeds over het VK, waardoor er soms sprake is van zeer korte hops. Vervolgens buigt de straalstroom af richting de Balkan en de Adriatische regio. De terugstroom is een zuidelijke straalstroom over Oost-Europa naar de Baltische staten en Noord-Noorwegen. De vooruitzichten vanuit het Verenigd Koninkrijk zijn gunstig voor paden langs de hoofdstroom richting de Balkan en het oostelijke Middellandse Zeegebied. Het is mogelijk dat er een tweede hop beschikbaar is naar West-Rusland via het Baltische deel van de straalstroom.

Wat meteoorverstrooiing betreft, is er een gat in de kalender en is het waarschijnlijk een kwestie van vertrouwen op willekeurige activiteit die meestal rond zonsopgang een piek bereikt.

EME

De declinatie van de maan blijft toenemen tot een maximum op 15 juni, waarbij de padverliezen dalen naar een minimum bij het perigeum. De 144 MHz-hemeltemperatuur is matig en wordt de 15e hoog, met de zon dicht bij de maan, voordat deze vanaf woensdag weer daalt naar laag.

 



Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.