Propagatie nieuws – verschijnt automatisch op de voorpagina

Propagatienieuws – 18 april 2026

 


HF


De afgelopen week werd gekenmerkt door een lage Kp-index en een eveneens lage zonnefluxindex tussen 98 en 108. Er is sprake van een lichte stijgende trend voor de zonnefluxindex. De NOAA verwacht voor komend weekend zelfs waarden rond de 140 eenheden. Dat zal de DXers blij maken: de afgelopen dagen opende de 12-m-band slechts matig; op 15 meter zag het er daarentegen al beter uit. De „werkpaarden“ waren 20 en 17 meter, ’s nachts vooral de banden 30 en 40 meter.

De oorzaak van de matige propagatie van de afgelopen week was een lage zonneactiviteit. Er werd geen M-flare waargenomen – een voorproefje van de komende jaren in de afnemende zonnecyclus nr. 25. Het aardmagnetisch veld was de afgelopen week meestal rustig. Daar profiteerden de nachtelijke omstandigheden op de 80- en 160-meterband van. Wel waren er de eerste aprilstormen met QRN.

HF vooruitzichten

De geomagnetische activiteit in dit weekend wordt beïnvloed door een groot coronaal gat dat direct uitkijkt op de aarde. Op zaterdag loopt de Kp index op tot 6 en zondag start met een kleine G1 magnetische storm en een Kp van 4 tot 5. De zonnewind is momenteel licht verhoogd (~550 km/s), en kan nog stijgen tot ongeveer 700 km/s. Mogelijk treden er bovendien CIR-effecten op.Propagatie is dit weekend hierdoor wat verstoord met een lagere MUF.

Zaterdagmorgen was het interplanetaire magnetische veld (IMF) zuidwaarts gericht (Bz ≈ −14 nT). Een dergelijke zuidelijke Bz-waarde leidt bij een aankomende magnetische storm weliswaar niet tot een totale “black-out”, maar wel tot merkbare beperkingen: Signalen worden aanzienlijk zwakker of verdwijnen in de ruis, de maximale bruikbare frequentie (MUF) daalt en hogere banden (10, 12 resp. 15 m), die normaal gesproken open zouden zijn voor verre DX-verbindingen, sluiten. Het bruikbare frequentiebereik wordt daardoor sterk ingeperkt.

Bij een krachtigere magnetische storm zou de ionosfeer instabiel en turbulent worden. Signalen klinken dan vaak vervormd of ‘fladderend’, vooral op paden over de poolgebieden. Deze radiowegen kunnen zelfs volledig worden onderbroken – men spreekt dan van Polar Cap Absorption (PCA).

Aan het begin van de week zouden de storingen echter snel moeten afnemen en zou de magnetische activiteit weer rustig moeten worden. De 15-m-band zal dan weer stabiel openen en dit ook voor langere tijd, aangezien er inmiddels weer ongeveer 14 uur tussen zonsopgang en zonsondergang zit. De dag begint echter rustig: het kan tot laat in de ochtend duren voordat de 15 meter stabiel opengaat Bij rustige magnetische activiteit blijft de band meestal open tot zonsondergang (rond 19.00 UTC); bij onrustige magnetische activiteit gaat de 15-meterband slechts af en toe open, en dan vooral in zuidelijke richtingen. ’s Nachts daalt de MUF niet meer onder de 10 MHz, wat betekent dat na zonsopgang de 20-m-band meestal zeer snel opengaat en deels pas in de tweede helft van de nacht sluit.

VHF en hoger

Voor tropo wordt het opletten hoe het hogedrukgebied tussen Schotland en Noorwegen zich gaat ontwikkelen. Waarschijnlijk krijgen we woensdag matig tot verhoogde tropo in het gehele Noordzeegebied. Het belangrijkste punt met betrekking tot de weersinvloed is dat wanneer zich in deze tijd van het jaar een hogedrukgebied vestigt, dit opvallend lang kan aanhouden. Het hogedrukgebied zou daardoor mogelijk tot het einde van de maand de overhand kunnen houden. Met de hogedruk neemt de kans op regenscatter drastisch af.

Het is nog steeds de moeite waard om de kansen op Aurora’s in de gaten te houden door te letten op de Kp-index voor waarden boven de 5 en bij voorkeur boven de 7. Zoals we eerder meldden, kunnen de effecten van een groot coronagat ons dit weekend bereiken. Controleer dus de Kp-index en luister naar fladderende signalen op de HF-banden. Maak je vervolgens klaar om je VHF-antennes naar het noorden te richten.

Wat meteorscatter betreft, naderen we nu de piek van de April Lyriden op woensdag 22 april. We zouden enige toename in activiteit moeten zien tot boven het random niveau van de afgelopen weken.

We naderen snel de maand mei, wanneer het de moeite waard wordt om de vooruitzichten voor Sporadic-E in de gaten te houden. De komende week zijn er niet al te veel geschikte straalstromen, wat goede gebieden kunnen zijn om te controleren op Sporadic-E. Om alvast te oefenen voor het nieuwe seizoen kun je op de Sporadic-E-blog op propquest.co.uk een kaart met straalstromen bekijken en zoeken naar pieken in de foEs-curve op de grafieken. Er wordt momenteel aan de site gewerkt, dus er kunnen storingen optreden.

EME

De declinatie van de maan bereikt een maximum op dinsdag 21 april. Het perigeum van de maan, het punt waarop de maan het dichtst bij de aarde staat, is zondag 19 april, dus het signaalverlies zal minimaal zijn. De ruis in de lucht is iets hoger op dinsdag 21 april, maar dit is van ondergeschikt belang en keert op vrijdag 24 april weer terug naar een laag niveau.

 



Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

Propagatienieuws – 11 april 2026

HF

Het afgelopen paasweekend was geomagnetisch gezien behoorlijk onrustig en verstoorde dit de propagatie. Na Pasen werd het rustiger en was de Kp-index slechts zelden hoger dan 3 (“onrustig, geactiveerd”). Helaas daalde ook de zonnefluxindex en zakte op vrijdag naar een waarde van slechts 94. De zonnewind was meestal matig, de noord-zuidcomponent Bz was de afgelopen twee dagen grotendeels positief (naar het noorden gericht), de geomagnetische activiteit rustig tot actief (Kp 2–4). Er was ook geen groot aantal zonnevlammen, alleen op 4 april was er ’s ochtends een M1-vlam.

HF vooruitzichten

Dit weekend hebben we te maken met een interessante mix van afgenomen zonneactiviteit en een paar geomagnetische “hikjes”.: Er zijn slechts drie zonnevlekken te zien, met een eenvoudige magnetische configuratie. De zonneflux ligt hierdoor rond de 90 tot 95. Dat is nog steeds solide, maar wel duidelijk lager dan de waarden van vorige week. De geomagnetische activiteit is overwegend matig tot levendig (Kp 3-4), op zaterdag moet nog rekening worden gehouden met af en toe stormachtige periodes (Kp 5), op zondag zal de onrust afnemen.

De snelheden van de zonnewind blijven met ongeveer 580 km/s hoog, terwijl de snelle zonnewinden uit een coronaal gat langs de aarde trekken. Naar verwachting zullen ze in de loop van het weekend afnemen. De grensfrequentie voor 3000-km-verbindingen haalt overdag mogelijk de 28-MHz-grens, maar blijft vaak stabiel in het bereik van 21 tot 24 MHz.

De 10 meter is daardoor nogal grillig. Voor overzeese DX kunnen er korte openingen zijn, vooral in zuidelijke richting (Afrika/Zuid-Amerika), maar binnen Europa blijft de band vanwege de matige MUF vaak gesloten. De 15 en 12 meter zullen dit weekend waarschijnlijk de beste banden zijn voor DX. Zodra de zon opkomt, bieden ze stabiele verbindingen. Ondanks de SFI van net onder de 100 zijn DX-signalen hier vaak nog krachtig, zolang de Kp-index niet boven de 5 eenheden uitkomt.20 meter is zoals gewoonlijk de meest betrouwbare band. Het is bijna 24 uur per dag open, waarbij de signalen ’s nachts iets zwakker worden. 17 meter – de geheime tip voor rustiger DX, als 20 m te druk is. De omstandigheden zijn hier bijna identiek aan 20 meter, maar met minder QRM. 30/40 meter zijn overdag goed bruikbaar voor het lokale verkeer (PA/EU). ’s Nachts zijn verre DX-verbindingen mogelijk, maar momenteel met een verhoogd ruisniveau, omdat de geomagnetische onrust (Kp 4-5) de ionosfeer in beroering brengt. Op 80 en 160 meter, is de geomagnetische onrust het sterkst merkbaar. De demping is groter dan normaal en de signalen kunnen sterk schommelen (QSB/fading).

Nog een paar opmerkingen:

Afgelopen week zijn er 2 kometen waargenomen die in de zon zijn gedoken van 1 daarvan staan de beelden op solarham.com: https://www.solarham.com/pictures/2026/apr8_2026_comet.gif , https://www.solarham.com/pictures/2026/apr8_2026_comet.jpg en https://www.solarham.com/pictures/2026/apr4_2026_m7.5b.jpg

Wie probeert stations via de polen te werken (bijv. de westkust van de VS of delen van Azië), zal merken dat de signalen door de geomagnetische storing sterk gedempt of vervormd zullen zijn. Daar staat tegenover dat de kans om via Greyline-DX succesvol te werken op dit moment groot is. Vooral op 30 en 40 meter kunnen er nu in april ’s ochtends en ’s avonds geweldige DX-contacten tot stand komen. En: we zijn nog ongeveer een maand verwijderd van het hoogseizoen voor Sporadic-E, dus houd je ogen en oren alvast open op 10 en 6 meter – de eerste sporadische openingen zijn in april geen zeldzaamheid.

Voor het volgende weekend 18/19 april wordt het van belang wat er over is aan activiteit van het terugkerende gebied 4392. Mogelijk loopt de Kp index dan weer op richting 6.

VHF en hoger

Voorlopig wordt het weerbeeld bepaald door lagedrukgebieden bij Schotland en Italië. Hierdoor hoeven we niet te rekenen op noemenswaardige tropocondities. Alleen de dagelijkse temperatuurschommelingen kunnen mogelijk nog wat verbetering opleveren. Wisselvallig weer met regen of buien levert nog wat kansen voor regenscatter op de hogere GHz-banden, aangezien de aprilbuien hevig kunnen.

Meteorscatter staat nog steeds onder invloed van random activiteit en is het beste in de vroege ochtenduren. Voor Aurora is het afwachten wat de Kp index in de loop van de week gaat doen< als een terugkerend actief gebied weer zichtbaar wordt.

Sporadic-E zal binnenkort zijn intrede doen, vooral op de 10m-band, maar realistisch gezien moeten we waarschijnlijk wachten tot we in mei zijn voordat de kansen voor de 6m-band meer de moeite waard zijn. Het is vaak kenmerkend voor het begin van het Sporadic-E-seizoen dat de traditionele twee activiteit periodes van het hoogseizoen, ’s ochtends en ’s middags, beginnen als één brede periode rond het midden van de dag.

EME

Voor EME-operators begint de declinatie van de maan weer te stijgen en wordt deze op woensdag 15 april positief. De padverliezen tussen aarde, maan en aarde zijn nu voorbij het maximum en blijven de hele week dalen. De 144 MHz-ruis is op de 12e, hoog en zal de rest van de week dalen tot een laag niveau. Vrijdag 17 april zal een uitzondering zijn, omdat de maan en de zon dicht bij elkaar staan aan de hemel.

 



Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

Propagatienieuws – 4 april 2026

HF

De afgelopen dagen is de zonneactiviteit langzaam afgenomen. De zonneflux daalde van 158 op zondag naar 136 op vrijdag. Op de naar de aarde gerichte kant van de zon zijn momenteel zeven vlekkengebieden zichtbaar samen met enkele enorme coronagaten. Coronagaten zijn gebieden op de zon met een lagere energie en open magnetische veldlijnen, waardoor zonneplasma kan wegstromen.

De meeste van deze zonnevlekgebieden vertonen nog steeds een eenvoudige magnetische structuur en laten slechts beperkte groei zien. Het gebied AR4409 in het noordelijke deel van de schijf was echter verrassend actief: Op vrijdag rond 01:17 UTC was er een M7,5-zonnevlam, die leidde tot radiostoringen (radio blackout) in Zuidoost-Azië, China en Oceanië.

Aangezien het gebied AR4409 steeds complexere en ingewikkelde magnetische structuren vertoont, moeten we rekening houden met aanhoudend verhoogde vlamactiviteit. Over het geheel genomen zal de zonneactiviteit echter waarschijnlijk gematigd blijven; verdere M-vlammen zijn waarschijnlijk, er blijft een kleine kans op X-vlammen bestaan.

De geomagnetische activiteit was vrijdag aanvankelijk nog tussen onrustig en actief (Kp 3–4), maar steeg in de periode 15.00–18.00 UTC met de aankomst van een CME tot het niveau G1–G2 (lichte tot matige geomagnetische storm; Kp 5–6).

HF vooruitzichten

De aarde staat nog steeds onder invloed van een hogesnelheidsstroom (HSS) uit een coronagat en van coronale massa-ejecties (CME’s). De snelheid van de zonnewind ligt rond de 650 km/s en neemt af – net als de geomagnetische activiteit (van Kp 5 naar Kp 3). Meteorologen verwachten echter de aankomst van een nieuwe CME, als gevolg van een M3,5-uitbarsting; zodat de kans bestaat op een „schampschot“ in de nacht van zondag op maandag. Daarna wordt een afname van de geomagnetische activiteit verwacht naar een rustig tot onrustig niveau. Donderdag zou er dan opnieuw een actieve fase kunnen ontstaan met mogelijke geomagnetische stormen.

De zonneflux wordt voorspeld met waarden tussen 130 en 140, maar zou het daaropvolgende weekend onder de 120 eenheden kunnen dalen. De 17/15 m-banden zullen de komende week waarschijnlijk de favoriete DX-banden zijn; 12/10 m zullen slechts af en toe open gaan. 20 m blijft tot middernacht open, 30 m tot in de vroege ochtenduren. Voor NVIS-verbindingen binnen Nederland zullen op 40 en zelfs op 80 m in de nacht dode zones ontstaan.

VHF en hoger

De equinoxen zijn een periode in het jaar waarin de Atlantische straalstroom doorgaans over het Nederland waait, terwijl deze in de winter vanuit de Middellandse Zee naar het noorden trekt en in de zomer tot in de buurt van IJsland reikt. De komende dagen houdt een hogedrukgebied neerslag uit de buurt (kans voor regenscatter zeer beperkt) en draait de wind naar meer oostelijke richting. Mogelijk ontstaat er van dinsdag op woensdag wat gematigde tropo boven de Noordzee,

Na het lange winterdieptepunt neemt de meteooractiviteit in april weer toe. De belangrijkste meteoorregen in deze periode is de Lyriden, een stroming met gemiddelde intensiteit, die op 22 april om 19.40 uur UTC zijn hoogtepunt bereikt. Uit een IMO-onderzoek in de periode 1988-2000 is gebleken dat het maximum van de Lyriden van jaar tot jaar varieerde tussen λsol= 32,2 – 32,5 graden (wat overeenkomt met 22 april 2026, 16.40 uur tot 23 april, 00.00 uur UTC). De activiteit was eveneens variabel: hoe dichter de piek bij het ideale tijdstip lag (λsol = 32,32 graden), hoe hoger de ZHR (tot ongeveer 23 per uur), terwijl hoe verder de piek van het ideale tijdstip af lag, hoe lager de ZHR’s waren, tot 14 per uur. Zelfs de duur van de piek van de meteorenregen was wisselend, met een FWHM variërend van 14,8 tot 61,7 uur.

De Lyriden hebben echter doorgaans een kort, vrij scherp maximum, zodat de hoogste frequenties normaal gesproken slechts gedurende enkele uren worden bereikt. Uit de analyse bleek ook dat de Lyriden af en toe, wanneer de hoogste frequenties werden bereikt, een korte toename van zwakkere meteoren veroorzaakten. Het laatste zeer hoge maximum was in 1982, toen een kortstondige ZHR van 90 werd geregistreerd. Voor 2026 zijn er geen voorspellingen voor een toename van de activiteit op basis van theoretische modellering van deze meteorenregen, die verband houdt met komeet C/1861 G1 (Thatcher)

In de afgelopen week was de Kp index af en toe hoog genoeg om wat aurora melding op te leveren in het DX cluster. De equinox blijkt ook dit jaar een favoriete tijd voor Aurora’s, aangezien er een betere koppeling is tussen het aardmagnetisch veld en de zonnewind.

Het is nog te vroeg in het jaar voor veel Sporadic-E-activiteit, maar houd de Sporadic-E-grafieken op propquest.co.uk in de gaten voor tekenen van korte pieken. Overigens wordt er momenteel onderhoud gepleegd aan de website, dus onderbrekingen zijn mogelijk.

EME

Afgelopen week was een drukke week voor EME, met de 5,7 GHz-activiteit op Dubus en de CY0- en T7-DXpedities die door velen werden gewerkt. De declinatie van de maan begint het weekend hoog, maar daalt op dinsdag tot een negatieve waarde, terwijl de signaalverliezen blijven toenemen in de aanloop naar het apogeum op dinsdag 7 april. De ruis op 144 MHz is de hele week laag.

 



Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

Propagatienieuws – 21 maart 2026

HF

Zoals eerder al werd verwacht, begon afgelopen week geomagnetisch stormachtig. De planetaire Kp-index steeg telkens tot 6 à 7 als gevolg van plasmawolken van drie coronale massa-uitbarstingen in combinatie met een verhoogde zonnewind. Daarvoor was de zonneactiviteit al sterk afgenomen: op vrijdag was de zonneschijf vrijwel leeg; er werd zelfs geen enkele C-vlam geregistreerd. Weinig zonneactiviteit bij sterke geomagnetische activiteit? Dat klinkt tegenstrijdig, maar is niet ongebruikelijk in de neergaande fase van de 11-jarige cyclus. Er treden minder actieve, complexe regio’s op, de activiteit wordt wisselvalliger.

Het stormachtige periode en de slechts langzaam afnemende onrust hebben duidelijke sporen achtergelaten in de ionosfeer. De 15-m-band opende zich tot dinsdag slechts zeer slecht; vanaf woensdag verbeterden de omstandigheden en pas op vrijdag waren er weer eerste openingen op de 10-m-band.

HF vooruitzichten

Aangezien de equinox nu voorbij is en de chemie van de ionosfeer zich snel aanpast aan de zomer, zullen openingen op de 10- en 12-meterband de komende maanden waarschijnlijk zeldzamer worden en pas in september weer betrouwbaarder beschikbaar zijn voor intercontinentaal DX. In de zomermaanden zijn er in ieder geval talrijke Sporadic-E-openingen te verwachten.

Terwijl het zonneoppervlak begin deze week nog vrijwel kaal was, waren er op zaterdagochtend aan de naar de aarde gerichte kant van de zon tot acht zonnevlekgebieden te zien.

Vanwege de relatief eenvoudige structuur blijft de zonneactiviteit over het algemeen laag; af en toe zijn er echter nog steeds uitbarstingen van röntgenstraling van M-klasse M mogelijk.

De huidige fase relatief kort na het hoogtepunt van de 11-jarige cyclus, maakt een betrouwbare voorspelling op middellange termijn van de radio-weersomstandigheden moeilijk. De zonneflux zal volgende week waarschijnlijk rond de 150 liggen, met een bandbreedte van 130 tot 170. Een klein coronaal gat zal van zondag tot dinsdag voor enige onrust in het aardmagnetisch veld zorgen; daarna is over het algemeen rustigere geomagnetische activiteit te verwachten (Kp 2 tot 4), maar korte actieve fasen blijven mogelijk.

Alle banden gaan open, 10 en 12 meter echter slechts af en toe. De 20 meter blijft af en toe alweer tot middernacht lokale tijd open; in de nacht mag op de magnetisch rustigere dagen continu met de 30-m-band worden gerekend. 40/60/80 meter zijn sterk afhankelijk van de geomagnetische activiteit; hoe lager de Kp-index, hoe beter het is voor DX-verkeer. 40m zal tussen circa 7 en 20 uur UTC bruikbaar zijn voor verbindingen binnen Nederland.

Dit weekend, van 28 op 29 maart 2026, worden de klokken om 02:00 uur CET een uur vooruit gezet naar 03:00 uur CEST, om de zomertijd in te voeren. In de VS heeft de omschakeling al plaatsgevonden. De VS zetten de klokken traditioneel op de tweede zondag van maart vooruit. Dat betekent dat het tijdsverschil tussen Europa en de VS de afgelopen drie weken tijdelijk een uur kleiner was dan normaal. Vanaf zondag keert dit weer terug naar het normale niveau. Overigens: UTC-klokken zijn vrijgesteld van de omschakeling 😉

VHF en hoger

In de komende dagen bepaalt een sterk hogedrukgebied ten noordwesten van Spanje het weerbeeld. In onze regio levert dit voorlopig nog geen noemenswaardige tropo op. Ook is de afstand te groot om neerslag uit de buurt te houden, zodat er wel wat kansen zijn op regenscatter. Het risico op onweer is in de eerste week van april dit jaar verhoogd, waarbij het gaat om het typische, wisselvallige aprilweer niet om klassieke zomerse onweersbuien.

De lente is altijd een goed moment om Aurora’s in de gaten te houden, aangezien geomagnetische verstoringen rond de equinox vaker voorkomen. Van 22 tot 24 maart was de Kp index regelmatig 6 tot 7 en daarmee een goede periode voor aurora verbindingen. De Kp-index, die de toestand van het aardmagnetisch veld weergeeft, is een bruikbare indicator voor aurora. Onthoud dus dat zodra de Kp-index boven de 5 komt, het de moeite waard is om de banden in de gaten te houden op tekenen van fladderende of schorre signalen.

Meteorscatter moet het voorlopig nog hebben van willekeurige activiteit. Nu we april ingaan, komen we dichter bij de volgende belangrijke meteorenregen, de Lyriden tegen het einde van de maand.

Sporadic-E bevindt zich momenteel in een rustfase, dus we verwachten niet dat dit de komende maand veel in de rapporten zal voorkomen. Mocht je echter de behoefte voelen om dit te controleren, gebruik dan de uitgebreide 10m-bakens verspreid over Europa om de toestand van de bovenste HF-banden te bekijken op vroege tekenen van Sporadic-E-propagatie.

EME

Afgelopen week was een drukke week voor EME, met de 5,7 GHz-activiteit op Dubus en de CY0- en T7-DXpedities die door velen werden gewerkt. De declinatie van de maan begint het weekend hoog, maar daalt op dinsdag tot een negatieve waarde, terwijl de signaalverliezen blijven toenemen in de aanloop naar het apogeum op dinsdag 7 april. De ruis op 144 MHz is de hele week laag.

 



Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

Propagatienieuws – 21 maart 2026

HF

Het voorgaande weekend was het magnetisch veld al behoorlijk onrustig, vooral op zaterdag. Snelle zonnewind uit een coronaal gat drukte de MUF aanzienlijk naar beneden, waarvan de ionosfeer zich slechts langzaam herstelde. Pas vanaf woensdag ging de 10 meter-band deels weer open. Aan het einde van de week begon de volgende stormfase met verstoorde propagatie toen drie uitgeworpen coronale massa’s (CME’s) bij de aarde kwamen en een magnetische storm veroorzaakten. Zaterdagochtend (21 maart 0000-0300 UTC) werd het storm niveau G3- (Kp 7) bereikt, en dook de MUF onder 6 MHz.

Het feit dat het vrijdag de equinox was, maakte het er niet beter op vanwege het zogenaamde “Russell-McPherron-effect”: aangezien de aardas ongeveer 23,5° gekanteld is, ontstaat er rond de equinoxen een geometrische configuratie waarbij zelfs een in feite neutraal zonnemagnetisch veld er vanuit het perspectief van de aarde uitziet alsof het een sterke zuidelijke component heeft. Door magnetische reconnectie ontstaan er als het ware “scheuren” in de magnetosfeer, waardoor er sowieso al meer energie wordt geïntroduceerd.

HF vooruitzichten

Op de zon zijn momenteel maar 2 kleinere actieve regio’s zichtbaar plus 2 grote coronale gaten. De geomagnetische activiteit zal ook in de eerste helft van de week nog niet tot rust komen vanwege snelle zonnewind uit een coronaal gat. We zullen de negatieve effecten dus nog een paar dagen voelen, totdat de ionosfeer zich weer heeft hersteld.

De zonneactiviteit blijft ondertussen op een laag niveau. De zonneflux ligt in het weekend rond de 100 en zou tegen het komende weekend weer kunnen stijgen tot ongeveer 140. Als de magnetische stormen zwak blijven, dus categorie G1 (Kp 5), zullen de banden tot 15 meter opengaan. Bij wat meer magnetische activiteit (zoals zaterdagochtend) wordt het boven de 15 MHz al moeilijk. In de nacht ligt de hoogste bruikbare frequentie rond de 10 MHz, en tijdens periodes met storingen zelfs aanzienlijk lager. In ongestoorde fasen zijn er nog steeds goede DX-mogelijkheden langs de Greyline tot en met 40 meter.

VHF en hoger

De komende dagen zijn met name 2 hogedrukgebieden van belang: één bij de Baltische staten en een tweede bij de Azoren. De kaarten op dxinfocentre.com tonen boven het zeewater in de Noordzee en tussen Ierland en Spanje gematigde tot verhoogde tropo. Pas later in de week is wat neerslag mogelijk voor eventuele regenscatter.

Meteorscatter zal magere resultaten opleveren, aangezien we ons tussen grote buien bevinden. Dat wil echter niet zeggen dat er geen spannende dingen kunnen gebeuren. Net na een HamSCI-workshop over meteorscatter afgelopen weekend werd op 17 maart rond 13.00 UTC op de HamSCI Google-groepen melding gemaakt van een meteoroïde van meerdere ton uit Cleveland, Ohio. Dit veroorzaakte een sonische knal en was zichtbaar in het volle daglicht.

Het is rustig op het gebied van Sporadic-E, hoewel we langzaam naar een periode toe gaan waarin de eerste tekenen van activiteit zich laten zien, met name op digitale modi.

Tot slot nog een opmerking over de kans op Aurora’s. Deze worden meestal versterkt door de uitlijning van de zon en de aarde rond de equinoxen. Het storm niveau G3- (Kp 7) van afgelopen nacht 21 maart heeft echter niet tot aurora spots geleid in het DX cluster.   

EME

Wat EME betreft, vindt 21 maart het 5,7 GHz-gedeelte plaats van de Dubus CW- en SSB EME-wedstrijd en het bijbehorende all-mode-weekend. Aangezien de declinatie van de maan positief en stijgend was en de padverliezen nog steeds laag waren, heeft dit hopelijk voor een aantal mooie contacten gezorgd. Op VHF is de ruis van de hemel op 144 MHz de komende week laag.

 



Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

Propagatienieuws – 14 maart 2026

HF

De afgelopen week daalde de zonnefluxindex van 135 naar 120. De maximaal bruikbare frequentie (MUF) voor een sprongafstand van 3000 km daalde en had soms moeite om boven de 30 MHz uit te komen.

Over het geheel genomen was de zonneactiviteit laag tot zwak matig. Vrijdagmorgen vond de enige M-flare van de afgelopen week plaats, een M1.19 rond 0945 UTC. De omstandigheden op de kortegolfbanden waren overwegend bruikbaar tot goed.

Momenteel zijn er zes zonnevlekgebieden waarneembaar op de naar de aarde gerichte kant van de zon. De grootste en meest complexe is een bipolaire groep nabij de westelijke rand, die de afgelopen uren een lichte verdere ontwikkeling heeft laten zien. De overige gebieden zijn over het algemeen klein, magnetisch eenvoudig en ofwel stabiel, ofwel vertonen ze de afgelopen uren een lichte afname.

De aankomst van een snellere zonnewindstroom uit een smal coronaal gat leidt sinds vrijdag tot een gestage toename van de windsnelheden tot 650–700 km/s op zaterdagochtend. De noord-zuidcomponent Bz draaide af en toe naar het zuiden, waardoor de geomagnetische activiteit al op vrijdagochtend licht stormachtig was (G1 / Kp 5) en ’s avonds een sterkte van G2 (Kp 6) bereikte.

HF vooruitzichten

Voor de komende dagen wordt over het algemeen een lage zonneactiviteit verwacht, waarbij echter nog steeds sporadische matige zonnevlammen kunnen optreden. Ook de invloed van de snelle wind uit het smalle coronale gat zal in de loop van het weekend geleidelijk afnemen. Daardoor zal aan het begin van de week overwegend onrustige tot actieve geomagnetische activiteit (Kp 2–4) het radioweer beïnvloeden.

De zonnefluxindex blijft echter in een neerwaartse trend, zodat we rekening moeten houden met waarden net boven de 100. Als gevolg daarvan zal de 15-m-band overdag de aanbevolen DX-band zijn, temeer daar de seizoensgebonden, langzaam veranderende chemie van de ionosfeer weliswaar zal leiden tot langere openingen van de hogere banden, maar ook tot een lagere MUF.

De 10-meterband zal ons echter nog vergezellen, voordat in april de propagatie via de F2-regio eindigt en Sporadic E de band nieuw leven zal inblazen.

De hoogste bruikbare frequentie zal rond het middaguur voor de west-oost-routes rond de 30 MHz liggen, naar het zuiden toe enkele MHz hoger. ’s Nachts zal de MUF pas in de tweede helft van de nacht onder de 10 MHz dalen, als dat al gebeurt; hier is de invloed van de nu snel toenemende daglengte al duidelijk merkbaar.

Aanstaande vrijdag is het astronomische begin van de lente. Op 20 maart om 14.45 UTC staat de zon loodrecht boven de evenaar; op elk punt op aarde, met uitzondering van de polen, is het telkens 12 uur licht en 12 uur donker – de gelegenheid voor Greyline DX, vooral op 80 en 40 meter.

Tip van PE2BEN: Dit voorjaar lanceert ESA het SMILE-ruimtevaartuig. SMILE is de afkorting voor Solar wind Magnetosphere Ionosphere Link Explorer. SMILE zal voor het eerst een volledig beeld geven van hoe de magnetosfeer reageert op het materiaal dat de zon onze kant op stuurt. Hiervoor zijn 4 instrumenten aan boord: een Light Ion analyser, een magnetometer, een soft X-ray imager en een Ultraviolet aurora imager. Meer info op www.esa.int/Science_Exploration/Space_Science/Smile

VHF en hoger

Dinsdag trekt een hogedrukgebied over Zwitserland. Hierdoor ontstaat op woensdag aan de achterkant een gebied met redelijke tot matige tropo boven de Noordzee. Het houdt tevens de neerslag op afstand. Wie regenscatter wil gebruiken op de GHz banden moet dat dit weekend doen. Scatter via vliegtuigen is een andere optie wanneer de troposferische omstandigheden slecht zijn.

Meteor scatter zal magere resultaten opleveren, aangezien we ons tussen grote buien bevinden. De April Lyriden zijn nog ver weg. Aurora is nog steeds in beeld rond de lente-equinox, dus controleer zoals gewoonlijk of de Kp-index stijgt naar 5 of hoger. Zaterdagochtend 14 maart was de zonnewind verantwoordelijk voor een Kp van 6 waardoor enkele Aurora signalen op 2m in het DX-cluster zijn gemeld.

Sporadische E-lagen spelen in deze tijd van het jaar op deze breedtegraden meestal geen rol, en als er toch iets wordt geactiveerd, kijk dan eerst op digitale modi om te zien welke richtingen de voorkeur genieten.

EME

Voor EME zijn de omstandigheden de komende week slecht: de declinatie van de maan is negatief maar neemt toe, en wordt pas aanstaande donderdag positief. We blijven te maken hebben met korte maanvensters en een lage piekhoogte, maar de padverliezen nemen af. Hoewel de hemelruis op 144 MHz de komende week matig tot laag is, staan de zon en de maan op woensdag en donderdag dicht bij elkaar aan de hemel, wat leidt tot veel ruis op de lagere banden vanwege de bredere straalbreedte van de antennes..

 



Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

Propagatienieuws – 7 maart 2026

HF

In tegenstelling tot vorige week steeg de zonneflux de afgelopen dagen tot circa 145, wat vooral merkbaar was in de bovenste banden. Er waren weliswaar geen M-flares die de ionosfeer extra hadden kunnen ‘opladen’, maar enkele tientallen C-flares zorgden voor vrij stabiele omstandigheden. Dinsdagavond was er een korte toename van de geomagnetische activiteit (Kp 5), die echter snel weer afnam.

De MUF steeg bijna dagelijks boven 30 MHz. Dankzij de langere dagen was de 10 m-band al meer dan tien uur open, hoewel de signalen niet bijzonder sterk waren.

HF vooruitzichten

Momenteel zijn vijf zonnevlekkengebieden naar de aarde gericht. Deze gebieden vertonen echter slechts een geringe magnetische complexiteit, zodat het risico op krachtige flares gering blijft (M-flares ongeveer 20 %, X-flares ongeveer 1 %). Er wordt daarom slechts geringe tot zeer geringe zonneactiviteit verwacht en blijven de HF-omstandigheden matig tot goed. De zonneflux zal waarschijnlijk afnemen tot circa 120.

Als gevolg van een coronaal gat is de zonnewindsnelheden momenteel licht verhoogd. De geomagnetische activiteit zal de komende dagen variëren tussen rustig en actief (Kp 2-4), waarbij ook af en toe kleine G1 stormen met Kp 4 mogelijk 5 kunnen voorkomen, met name in de vroege ochtend van 10 maart als gevolg van CME-effecten. De oorzaak hiervan zou de filamentuitbarsting zijn die op 6 maart omstreeks 0230 UTC in het zuidoostelijke kwadrant plaatsvond. De modelberekeningen tonen echter wat variatie tussen net wel of net niet raken van de aarde.

De komende week zullen de omstandigheden naar verwachting niet wezenlijk veranderen: alle banden zullen weer open gaan en mooie DX bieden – en dat niet alleen aan de bovenkant van de kortegolf. Wie een grote pile-up tegenkomt, heeft een goede kans om de DX-peditie 3Y0K op het spoor te zijn: de overtocht naar Bouvet Island is gelukt na het wachten op een geschikt weervenster. Sinds 1 maart is daarmee een van de zeldzaamste DXCC-gebieden weer QRV. Vanuit Europa zijn er openingen op alle banden; de beste signalen zijn te verwachten op 10 en 12 m in de vroege namiddag en op 20/17/15 m in de vroege avond. Ook de Duitse DX-peditie in Guinee-Bissau J51A werkt hard en produceert bij ons luide signalen; van daaruit zijn al verbindingen tot stand gekomen op 50 MHz naar Zuid-Europa en midden Frankrijk.VHF en hoger

Dit weekend wordt bepaald door een sterk hogedrukgebied bij Roemenië en een oplossend lagedrukgebied bij de golf van Biskaje. Zondag levert dit rond Nederland een gebied op van gematigde tot verhoogde tropo. Maar daarmee houdt het weer gebonden propagatienieuws ok op. Regenscatter is niet te verwachten.

Er kwam wel een vraag over de effecten van Saharazand op de propagatie. Troposcatter werkt doordat radiosignalen worden verstrooid door kleinschalige onregelmatigheden in de troposfeer. Saharazand kan een stoflaag meevoeren met veel extra deeltjes per kubieke meter. Hoewel troposcatter vooral wordt bepaald door refractie‑indexvariaties en niet door fysiek “botsen” met stof, kunnen extra deeltjes de fijnschalige structuur van de lucht versterken. Dit kan leiden tot: iets sterkere scatter en stabielere scatterpaden. Daarnaast kan er een effect zijn op de brekngsindex door verandering van temperatuur- en vochtprofielen. Troposcatter kan hierdoor licht verbeteren of verslechteren, afhankelijk van de exacte omstandigheden.

Bij typische troposcatterbanden op VHF tot lage SHF is stofverzwakking verwaarloosbaar. Bij hogere SHF/EHF kan zware stofbelasting wel leiden tot extra absorptie en verstrooiing.

Op internet zij hierover o.a. de volgende publicaties te vinden:

https://agupubs.onlinelibrary.wiley.com/doi/pdf/10.1029/2002JD003273

https://www.eeeguide.com/tropospheric-scatter-propagation/

De vooruitzichten voor meteorscatter worden nog steeds bepaald door willekeurige activiteit, dus zoals gewoonlijk verdient deze modus de voorkeur in de vroege ochtenduren.

Er is al eerder vermeld dat de lente en de herfstperiodes zijn waarin aurora’s vaker voorkomen. Dit staat bekend als het Russell-McPherron-effect, wanneer het magnetisch veld van de aarde beter is gekoppeld aan de zonnewind. Blijf dus de Kp-index in de gaten houden voor tekenen dat deze boven de 5 komt. Controleer vervolgens de banden op fladderende signalen, zelfs op de LF-banden. CW kan worden gebruikt als een vroege ‘waarschuwing’ voor mogelijke activiteit op de VHF-banden.

Tot slot moet u nog even wachten met uw gedachten over Sporadic-E, aangezien we nog ver verwijderd zijn van het gebruikelijke begin van het seizoen.

EME

Voor EME is de declinatie van de maan negatief en daalt deze tot een minimum aanstaande donderdag, wat betekent dat de maanvensters korter worden en de piekhoogte tot dan lager is. De padverliezen nemen af tot het apogeum op dinsdag 10 maart. De ruis in de lucht op 144 MHz is matig, stijgt tot een maximum van meer dan 3000 Kelvin op donderdag en daalt weer tegen het volgende weekend.

 



Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

Propagatienieuws – 28 feb. 2026

HF

Van zondag 22 tot dinsdag 14 februari waren er geen zonnevlekken te zien. De laatste keer dat dit optrad, was op 7 juni 2022. De zonnefluxindex daalde afgelopen weekend tot 108, maar steeg in de loop van de week weer tot 139 op vrijdag. Voor de propagatie had de vlekkeloze periode weinig effect. Het middagmaximum van de MUF lag vorige week meestal duidelijk boven 30 MHz. Het onrustige, deels actieve tot stormachtige aardmagnetische veld zorgde voor meer problemen op de korte golf. Een snelle zonnewindstroom uit een coronaal gat had de Kp-index verhoogd tot 4 en meer, vooral in de eerste helft van de week. Dit had echter geen grote invloed op de HF-uitzending.

Halverwege de week was AR4366 weer terug, met een nieuwe nummering: AR 4378. Deze eens zo actieve regio is de afgelopen dagen aanzienlijk verzwakt, maar stimuleert toch weer de zonneactiviteit. Daarachter volgt de oude actieve regio 4380, die volgens eerste waarnemingen momenteel sterker lijkt te zijn.

HF vooruitzichten

De meetwaarden voor de MUF3000 van de ionosonde Dourbes bedroegen op 27 februari ’s nachts 11 MHz, bij zonsopgang 16 MHz, twee uur later 23 MHz, ’s middags 29,5 MHz, bij zonsondergang 28,8 MHz en twee uur later nog 18,7 MHz. Tegen middernacht tot in de vroege ochtend lagen de waarden op minimaal 9 MHz.

Voor de komende dagen moeten we rekening houden met effecten van een recente CME met op zondag een actieve geomagnetische activiteit. De zonneflux zal langzaam stijgen en er zijn ook enkele M-flares te verwachten. Het geomagnetische veld zal aan het begin van de komende week overwegend rustig tot onrustig zijn, vanaf donderdag is opnieuw een actieve geomagnetische activiteit te verwachten als gevolg van aardse, snelle zonnewinden uit coronale gaten. De propagatie op HF blijft op alle banden seizoensgebonden matig tot goed.

Het maximum van de 25e cyclus ligt langzaam achter ons. We kunnen de jaren 2024/2025 beschouwen als de jaren van het cyclusmaximum. František K. Janda, OK1HH, wijst erop dat de zon zich nu in een cruciale fase van omkering van haar magnetisch veld bevindt: “Dit proces is een natuurlijk onderdeel van de 11-jarige zonnecyclus en verloopt doorgaans asymmetrisch (het noordelijk en zuidelijk halfrond van de zon kunnen op licht verschillende tijdstippen omkeren, waarbij het proces enkele maanden duurt). Het magnetisch veld in de poolgebieden van de zon verzwakt geleidelijk totdat het volledig instort en zich met tegengestelde polariteit opnieuw vormt.” (in: https://space.asu.cas.cz/~sunwatch//weekly-forecast ). De dagen zonder zonnevlekken waren een voorproefje van wat ons de komende jaren te wachten staat. Maar het duurt nog even voordat het volgende minimum aan zonnevlekken wordt bereikt: dat zal in 2030/2031 zijn.

Voor de Madison DX club heeft Karl K9LA de verwachtingen voor het kalenderjaar 2026 toegelicht. De presentatie is te vinden op de website van EI7GL https://ei7gl.blogspot.com/2026/02/video-solar-cycle-25-expectations-in.html

Nu we maart ingaan en de dagen langer worden, zien we een verandering in de HF-propagatie. De lente-equinox is een periode met goede noord-zuidpropagatie, vooral op de hogere HF-banden, hoewel we de 10 m-band iets kunnen zien afnemen naarmate we de zomer naderen.  Op de banden 21/24/28 MHz zou dit voor menig radioamateur nog wel eens een All Time New One kunnen opleveren, bijvoorbeeld Bouvet Is. 3Y0K in de Zuid-Atlantische Oceaan op 3 graden west, 54 graden zuid.

VHF en hoger

In de komende week zijn er enkele hogedrukgebieden te verwachten, maar deze liggen voor onze regio wat minder optimaal. Het houdt wel de neerslag op afstand zodat er weinig kans is op regenscatter. In de periode dinsdag tot donderdag zal hierdoor redelijke tropo ontstaan maar wel in een uitgebreid gebied vanaf Ierland  tot Polen.  Het is belangrijk om te onthouden dat niet alle hogedrukgebieden gelijk zijn en dat ze, hoewel ze allemaal de neiging hebben om een sterke temperatuurinversie te veroorzaken, niet altijd goed zijn voor tropo als de lucht nabij het aardoppervlak te droog is. Idealiter hebben we wat mistige lage bewolking of vroege ochtendmist nodig die onder de inversie gevangen zit voor een betere kwaliteit van de opstijging. Dit komt omdat een verandering in vochtigheid boven de inversie de grootste verandering in de brekingsindex veroorzaakt.

Begin vorige week waren er korte 50 MHz FT8-spots van de J51A DXpedition naar Guinee-Bissau in het zuiden van het Verenigd Koninkrijk. Net als bij TZ1CE vorige week profiteerden stations veel verder naar het zuiden van de beste propagatie. Eerder in de week was het station gemakkelijk te ontvangen met FT8 op alle lagere banden.

Voor de komende dagen wordt geen hogere Kp index verwacht. Voor Aurora blijft daarom wachten tot gebeurtenissen op de zon na een dag of 2-3 bij ons merkbaar. De indicatie is een hoge Kp-index, bijvoorbeeld 5 of meer.

Wat meteoren betreft, zitten we in een lange periode zonder meteorenregen tot de Lyriden eind april, dus we kunnen alleen maar hopen op willekeurige meteorenactiviteit. Alleen op het zuidelijk halfrond is er in de periode tot 28 maart een lichte verhoging door de  γ – Normiden

Ten slotte zijn de vooruitzichten voor Sporadic-E niet noodzakelijkerwijs nul, maar het is onwaarschijnlijk dat ze in dit deel van het jaar erg spannend zullen zijn. Het belangrijkste zomerseizoen loopt normaal gesproken van eind april tot half september. In de tussentijd is af en toe een uitbarsting van activiteit mogelijk, maar waarschijnlijk beperkt tot de 10- of 6m-banden.EME

Voor EME is de declinatie van de maan weer begonnen te dalen en wordt deze op woensdag 4 maart negatief. Dit betekent kortere maanvensters en een lagere piekhoogte. De padverliezen nemen na het perigeum weer toe. De ruis in de lucht op 144 MHz is de komende week laag.

 



Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

Propagatienieuws – 21 feb. 2026

 HF


Het begin van de afgelopen week werd verstoord door intense zonnewind tot 700 km/s. Dit leidde tot tijdelijk stormachtige geomagnetische omstandigheden, die op maandag een sterkte van G2 bereikten. Hierdoor daalde de maximale bruikbare frequentie (MUF) voor sprongafstanden van 3000 km op maandag en dinsdag aanzienlijk onder 30 MHz. Op de overige dagen steeg de MUF echter weer tot waarden boven 30 MHz, wat leidde tot openingen op 10 meter. Over het algemeen vertoonden de amateurbanden matige tot goede omstandigheden. De zonneactiviteit was de afgelopen week relatief laag. De zonneflux bevond zich aan de onderkant van de voorspellingen en bleef tot halverwege de week stabiel op ongeveer 120 eenheden, voordat deze verder daalde. De flare-activiteit nam af. Momenteel zijn er drie zonnevlekken te zien op de zichtbare schijf, maar deze zijn allemaal relatief klein en eenvoudig van structuur. AR4374 is de grootste regio, maar vertoont nog steeds tekenen van verval terwijl deze de westelijke rand van de zon nadert.


HF vooruitzichten


De zonnewindsnelheid is momenteel licht verhoogd en zal in eerste instantie afnemen. Aan het begin van de week kunnen de zonnewinden opnieuw toenemen als gevolg van een coronaal gat. De geomagnetische activiteit zal dus grotendeels rustig tot onrustig blijven, maar er zijn actieve intervallen te verwachten, aan het begin van de week ook met stormachtige periodes (k = 5). De omstandigheden op 10 en 12 meter zullen daarom beperkt zijn.

Voor de komende week voorspellen zowel de NOAA als de USAF aanvankelijk een lage zonneflux van 120, voordat deze in de loop van de week weer stijgt tot waarden van 140. De MUF zal op rustige dagen hierdoor variëren van circa 10 in de nacht tot boven de 30 overdag. Tijdens verhoogde zonnewind zal het enkele MHz lager zijn. 20 meter opent rond 0630 UTC, 15 meter een half uur later – en sluit rond 1900 UTC; 20 meter rond 2030 UTC.

Tip: op solarham.com staan ook enkele opnames van een zonsverduistering maar dan waargenomen vanaf het Goes-19 ruimtevaartuig.



VHF en hoger


Het hoofdpatroon wordt nog steeds bepaald door een sterke Atlantische straalstroom, dus ‘wisselvallig’ is het sleutelwoord, met periodes van zware regen afgewisseld met helderdere buien en natuurlijk af en toe vrij harde wind.

Voor de verandering schuift de komende dagen een hogedrukgebied van Spanje richting Balkan, De kaarten op dxinfocentre.com krijgen hierdoor weer wat kleur vanwege gematigde tot verhoogde tropo richting Frankrijk rond dinsdag en woensdag. Op de ander dagen is er af en toe neerslag met kansen op regenscatter.

De mogelijkheden voor meteorscatter zijn opnieuw onderhevig aan random activiteit, aangezien we nog een eind verwijderd zijn van de volgende belangrijke meteorenregen, de Lyriden, eind april.

De vooruitzichten voor het noorderlicht zijn op zijn best licht stijgend indien de zonnewind leidt tot een verhoging van de Kp-index. Let dus op tekenen van flikkerende signalen op de LF-banden en controleer vervolgens op aurorale tonen op 10 m en hoger via de 6 tot 2 m-banden. Deze gebeurtenissen zijn altijd een beetje een gok, maar het is de moeite waard om te controleren. Het sporadische E-seizoen is nog ver weg, hoewel een sterk straalstroompatroon altijd positief is. Op vrijdag 13 en zaterdag 14 februari waren er ’s middags openingen op 50 MHz naar TZ1CE in Mali om DX-interesse te wekken. Zoals verwacht waren het echter stations veel verder naar het zuiden die profiteerden van de beste propagatie, met slechts een paar stations in het zuiden van het Verenigd Koninkrijk die QSO’s maakten op FT8.


EME

Voor EME is de declinatie van de maan positief en stijgend, wat betekent dat er langere maanvensters zijn en een hogere piekhoogte. Het padverlies blijft dalen naarmate we dichter bij het perigeum komen op dinsdag 24 maart. De ruis op 144 MHz begint de komende week laag en stijgt naar gemiddeld tegen het einde.

 



Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

Propagatienieuws – 14 feb. 2026

 HF


De actieve regio AR 4366, die de afgelopen dagen goed was voor in totaal 8 X- en 113 M-flares, is sinds vrijdag achter de westelijke rand van de zon verdwenen. De aanvankelijk relatief hoge zonneflux van 167 daalde daardoor tot 117 op vrijdag. De afgelopen week was overwegend rustige tot onrustig, met deels actieve geomagnetische activiteit (Kp 2-4). Dat betekende dat vooral de hogere HF-banden goed konden worden gebruikt voor DX.


HF vooruitzichten


Momenteel zijn er 3 stabiele actieve regio’s en één groot coronaal gat waar te nemen. De zonneactiviteit zal de komende dagen waarschijnlijk overwegend laag blijven, maar er is een kleine kans op verdere geïsoleerde M-flares. De voorspelling met betrekking tot de aankomst van coronale massa-uitbarstingen blijft vaag gezien de gegevens. Een CME van 13 februari zou zondag of maandag de aarde kunnen raken, of alleen maar passeren. Betrouwbaarder is de voorspelling dat we zondag of maandag onder invloed komen van snelle winden uit een coronaal gat, wat de komende week zal leiden tot actieve omstandigheden met de mogelijkheid van lichte stormachtige intervallen.

Volgens de NOAA zal de zonneflux later in de week waarschijnlijk stijgen tot waarden tussen 160 en 180. Dat zou bijna onbelemmerd DX op alle banden beloven. Door het langer worden van de dag daalt de maximaal bruikbare frequentie langzamer.

De MUF zal variëren tussen circa 10 MHz in de nacht tot ruim 35 MHz in de middag. 10 meter opent vrij betrouwbaar gedurende vijf tot zes uur. De volgende grote DXpedition om naar uit te kijken is 3Y0K vanaf Bouvet Island. Vanwege technische problemen met hun schip is de operatie nu uitgesteld en zal deze rond 26 februari van start gaan. Aangezien het pad naar Bouvet bijna pal zuidelijk ligt suggereren propagatievoorspellingen dat het pad open zou moeten zijn van ongeveer 0730UTC tot 1830UTC, tot 10 m, waarbij 21 MHz open is van ongeveer 0800 tot 1000UTC en opnieuw van 1600 tot 1800UTC. Buiten deze tijden kan je ‘s avonds en ’s nachts zoeken naar een pad op de 20-, of zelfs 30- of 40-meterbanden. FT8 is de meest gunstige modus, maar CW en SSB zijn ook mogelijk. Houd er echter rekening mee dat ze gebruik zullen maken van splitfrequentie


VHF en hoger


Het wordt wat eentoning.Het weer wordt vaak als geblokkeerd omschreven wanneer we langdurige hoge druk zien, die wekenlang aanhoudt en een geschenk is voor tropo op VHF. Maar vlak naast een geblokkeerde hoge drukzone vind je waarschijnlijk een lagedrukgebied, dat om dezelfde reden ook geblokkeerd is.  Momenteel zitten we midden in een langdurige periode van geblokkeerde lage druk, vandaar de regen en de afwezigheid van tropo. De positie van het lagedrukgebied varieert natuurlijk een beetje, dus soms hebben we mildere zuidenwinden met regen en op andere momenten koudere noordenwinden met sneeuw. 

Opnieuw bepalen opeenvolgende lagedrukgebieden het weerbeeld. Alleen draait de wind na het weekend naar het noordwesten. Tropocondities zijn niet te verwachten. Wel zijn er perioden met neerslag die kansen bieden voor regenscatter op de GHz banden.

De mogelijkheden voor meteorscatter is sinds vorige week niet veranderd, dus we zijn opnieuw beperkt tot random activiteit en daarvoor zijn de vroege ochtenduren meestal het beste. Er blijven aurora-waarschuwingen binnenkomen en naarmate we de lente-equinox naderen, neemt de kans op aurora’s toe, maar er is nog een lange weg te gaan. Houd de Kp index in de gaten. 

Voor Sporadic-E zijn we nog een eind verwijderd van de typische vroege seizoen openingen van eind april en mei. Zoals gewoonlijk kan je af en toe de grafieken van propquest.co.uk bekijken, die op sommige dagen in de vroege avond kleine pieken van de foE’s, of kritische frequentie van de Es-laag, hebben laten zien. 

EME

De maan bereikte op dinsdag 10 februari haar perigeum, het punt waarop ze het dichtst bij de aarde staat. Op zondag 22 februari bereikt de maan haar apogeum, wat betekent dat het signaalverlies gedurende de week geleidelijk zal toenemen naarmate de afstand tot de maan groter wordt. De kosmische achtergrondruis is tijdens deze periode relatief laag, wat bijdraagt aan een betere signaal-ruisverhouding.

 



Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.