Propagatienieuws – 3 jan 2026
HF
De balans van het jaar 2025 kan worden opgemaakt. Omdat de zon het voorspelde maximum in de huidige zonnevlekkencyclus 25 bereikte, werd het “radioweer” gekenmerkt door extreme dynamiek, talrijke X-flares en indrukwekkende poollichten, die tot ver buiten de poolgebieden zichtbaar waren. En het eindigde met een megazonnevlek.
Het jaar 2025 begon al met een sterke G3/G4 geomagnetische storm, veroorzaakt door een coronale massa-uitbarsting (CME) op oudejaarsavond. Op 28 maart werd een X1.1-vlam geregistreerd; op 13/14 mei volgde een enorme X2.7-vlam, die in Europa en Azië tot aanzienlijke radio blackouts leidde. G4-stormen op 1 juni maakten het noorderlicht zichtbaar tot in lage breedtegraden. Begin september (1-2 september) bereikte een G3-storm de aarde, waardoor het noorderlicht opnieuw zeldzaam zichtbaar was in Midden-Europa.
De meest opvallende gebeurtenis vond plaats tussen 10 en 12 november 2025. De aanleiding was een enorme uitbarsting van klasse X5.1 in de actieve regio AR4274. De uitbarsting veroorzaakte een storm van categorie G4 (sterk). Omdat twee coronale massa-uitbarstingen (CME’s) op elkaar inwerkten (“Cannibal CME”), raakte de deeltjeswolk de aarde met een ongewoon hoge snelheid. Het noorderlicht werd niet alleen in Noord-Duitsland waargenomen, maar ook in Oostenrijk en zelfs Florida.
Het jaar eindigde met een extreem grote zonnevlekregio (AR 4294), die een oppervlakte van meer dan tien aarddiameters besloeg en op 8 december opnieuw een sterke X1-flare produceerde.
Het gemiddelde aantal zonnevlekken bleef het hele jaar stabiel boven de 100 en overtrof daarmee veel voorspellingen; vanwege de intense gebeurtenissen in november discussieerden onderzoekers over een mogelijk dubbel maximum van de cyclus. Na een duidelijke afname van de activiteit medio december trad in de tweede helft van de maand opnieuw een stijging op, waardoor de hoop bestaat dat de zonneactiviteit ook in 2026 relatief hoog zou kunnen blijven.
HF vooruitzichten
Ook in 2026 blijft het ruimteweer een spannend onderwerp. In de zonnecyclus bevinden ons net na het zonnemaximum, wat betekent dat de zon zeer actief blijft, voordat deze naar verwachting eind 2026 in een langzaam afnemende fase terechtkomt. Het aantal zonnevlekken blijft op een hoog niveau (voorspelde waarden tussen 115 en 160 in het afgevlakte gemiddelde). De kans op poollicht op middelbare breedtegraden (Nederland, België, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland) blijft zeer groot. Vooral rond de equinoxen (maart/april en september/oktober) is de koppeling van de zonnewind aan het aardmagnetisch veld het sterkst.
De bovenste kortegolfbanden (10 m, 12 m, 15 m) zullen overdag uitstekende DX-verbindingen blijven mogelijk maken. De ionosfeer blijft goed geïoniseerd door de sterke UV-straling van de zon. Er is een grote kans dat er ook in de toekomst X-flares zullen optreden. Deze kunnen plotselinge totale uitval van het radiocontact aan de dagzijde van de aarde (SID – Sudden Ionospheric Disturbance) veroorzaken, die minuten tot uren kan duren. De frequentie van coronale massa-uitbarstingen (CME’s) zal statistisch gezien licht afnemen, maar – en dat is belangrijk – de hevigste stormen van een zonnecyclus treden vaak pas op in de dalende flank.
Als gevolg van meerdere CME’s in de laatste dagen van 2025 worden geomagnetische storingen verwacht voor de eerste dagen van 2026, met name rond 3 januari, wanneer snelle zonnewinden uit coronale gaten merkbaar worden. Vanaf 5 januari worden weer rustigere omstandigheden verwacht; een nieuwe storm is mogelijk rond 9 januari, evenals in de periode van 12 tot 14 januari.
De zonneflux (F10.7-index) neemt de komende dagen geleidelijk af en zal naar verwachting uiteindelijk uitkomen op ongeveer 120. De MUF zal variëren tussen circa 8 MHz in de nacht tot ruim 30 MHz overdag. Dat betekent dat de 20 m-band om ongeveer 0700 UTC opengaat en de 15 m-band ongeveer 45 minuten later. De 10 m-band zou vanaf ongeveer 0830 UTC tot ongeveer 1500 UTC bruikbaar moeten zijn, maar vertoont over het algemeen wisselend gedrag. De 15 m-band sluit dan rond 1600 UTC, de 20 m-band rond 1800 UTC. De 30 m-band blijft ’s nachts grotendeels open.
VHF en hoger
De komende dagen zullen lagedrukgebieden het weerbeeld bepalen. Hierdoor komt de wind voornamelijk uit het noorden over een relatief warme Noordzee. Tropo is niet te verwachten. Er zijn wel af en toe buien maar de winterse neerslag is minder geschikt voor regenscatter.
Voor aurora blijft het aan te raden om de ontwikkelingen van de Kp-index goed in de gaten te houden. Voor de komende dagen lijkt de verwachting voor de Kp te laag voor bruikbare aurora.
Het Sporadic-E winterseizoen loopt nog enkele weken. Zo af en toe zijn Es QSO’s mogelijk op 6m. De Muf voor de F2 laag kan overdag soms ook kort oplopen tot boven 40 MHz. Dit biedt ook mogelijkheden voor zuidelijke paden in het lage VHF-gebied.
Zoals gewoonlijk openen de Quadrantiden de lijst van grote meteorenregens van het jaar. Het maximum van de Quadrantiden is doorgaans vrij scherp, met een gemiddelde duur (volledige breedte bij half maximum) van ongeveer 4 uur; de ZHR varieert tussen 60 en 200 per uur. Het maximum in 2026 wordt verwacht op 3 januari, 21 uur UTC, met een ZHR = 80 per uur. Door massasortering van deeltjes in de meteoroïdenstroom die verband houdt met de komeet 96P/Machholz en de kleine planeet 2003 EH1, kunnen zwakkere meteoren hun maximum tot 14 uur vóór de helderdere meteoren bereiken. Er zijn ook effecten van massasegregatie gevonden voor een kleine piek die voorafging aan het hoofdmaximum in 2016. Er moet ook worden opgemerkt dat in enkele terugkeerperiodes sinds het jaar 2000 een radiomaximum het visuele maximum met ongeveer 9-12 uur volgde, terwijl in sommige videometeorenfluxprofielen van de afgelopen jaren de piek een uur eerder dan de voorspelde piek optrad. Controleer ook de k-Cancrids rond 9 januari, 22.30 uur UTC, op mogelijke activiteit.
EME
Voor EME-operators is de declinatie (hoogte boven de evenaar) de komende dagen nog bijna maximaal maar nemen de padverliezen weer toe. De 144 MHz hemelruis is relatief laag
Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

