Propagatienieuws – 4 april 2026
HF
De afgelopen dagen is de zonneactiviteit langzaam afgenomen. De zonneflux daalde van 158 op zondag naar 136 op vrijdag. Op de naar de aarde gerichte kant van de zon zijn momenteel zeven vlekkengebieden zichtbaar samen met enkele enorme coronagaten. Coronagaten zijn gebieden op de zon met een lagere energie en open magnetische veldlijnen, waardoor zonneplasma kan wegstromen.De meeste van deze zonnevlekgebieden vertonen nog steeds een eenvoudige magnetische structuur en laten slechts beperkte groei zien. Het gebied AR4409 in het noordelijke deel van de schijf was echter verrassend actief: Op vrijdag rond 01:17 UTC was er een M7,5-zonnevlam, die leidde tot radiostoringen (radio blackout) in Zuidoost-Azië, China en Oceanië.
Aangezien het gebied AR4409 steeds complexere en ingewikkelde magnetische structuren vertoont, moeten we rekening houden met aanhoudend verhoogde vlamactiviteit. Over het geheel genomen zal de zonneactiviteit echter waarschijnlijk gematigd blijven; verdere M-vlammen zijn waarschijnlijk, er blijft een kleine kans op X-vlammen bestaan.
De geomagnetische activiteit was vrijdag aanvankelijk nog tussen onrustig en actief (Kp 3–4), maar steeg in de periode 15.00–18.00 UTC met de aankomst van een CME tot het niveau G1–G2 (lichte tot matige geomagnetische storm; Kp 5–6).
HF vooruitzichten
De aarde staat nog steeds onder invloed van een hogesnelheidsstroom (HSS) uit een coronagat en van coronale massa-ejecties (CME’s). De snelheid van de zonnewind ligt rond de 650 km/s en neemt af – net als de geomagnetische activiteit (van Kp 5 naar Kp 3). Meteorologen verwachten echter de aankomst van een nieuwe CME, als gevolg van een M3,5-uitbarsting; zodat de kans bestaat op een „schampschot“ in de nacht van zondag op maandag. Daarna wordt een afname van de geomagnetische activiteit verwacht naar een rustig tot onrustig niveau. Donderdag zou er dan opnieuw een actieve fase kunnen ontstaan met mogelijke geomagnetische stormen.De zonneflux wordt voorspeld met waarden tussen 130 en 140, maar zou het daaropvolgende weekend onder de 120 eenheden kunnen dalen. De 17/15 m-banden zullen de komende week waarschijnlijk de favoriete DX-banden zijn; 12/10 m zullen slechts af en toe open gaan. 20 m blijft tot middernacht open, 30 m tot in de vroege ochtenduren. Voor NVIS-verbindingen binnen Nederland zullen op 40 en zelfs op 80 m in de nacht dode zones ontstaan.
VHF en hoger
De equinoxen zijn een periode in het jaar waarin de Atlantische straalstroom doorgaans over het Nederland waait, terwijl deze in de winter vanuit de Middellandse Zee naar het noorden trekt en in de zomer tot in de buurt van IJsland reikt. De komende dagen houdt een hogedrukgebied neerslag uit de buurt (kans voor regenscatter zeer beperkt) en draait de wind naar meer oostelijke richting. Mogelijk ontstaat er van dinsdag op woensdag wat gematigde tropo boven de Noordzee,
Na het lange winterdieptepunt neemt de meteooractiviteit in april weer toe. De belangrijkste meteoorregen in deze periode is de Lyriden, een stroming met gemiddelde intensiteit, die op 22 april om 19.40 uur UTC zijn hoogtepunt bereikt. Uit een IMO-onderzoek in de periode 1988-2000 is gebleken dat het maximum van de Lyriden van jaar tot jaar varieerde tussen λsol= 32,2 – 32,5 graden (wat overeenkomt met 22 april 2026, 16.40 uur tot 23 april, 00.00 uur UTC). De activiteit was eveneens variabel: hoe dichter de piek bij het ideale tijdstip lag (λsol = 32,32 graden), hoe hoger de ZHR (tot ongeveer 23 per uur), terwijl hoe verder de piek van het ideale tijdstip af lag, hoe lager de ZHR’s waren, tot 14 per uur. Zelfs de duur van de piek van de meteorenregen was wisselend, met een FWHM variërend van 14,8 tot 61,7 uur.
De Lyriden hebben echter doorgaans een kort, vrij scherp maximum, zodat de hoogste frequenties normaal gesproken slechts gedurende enkele uren worden bereikt. Uit de analyse bleek ook dat de Lyriden af en toe, wanneer de hoogste frequenties werden bereikt, een korte toename van zwakkere meteoren veroorzaakten. Het laatste zeer hoge maximum was in 1982, toen een kortstondige ZHR van 90 werd geregistreerd. Voor 2026 zijn er geen voorspellingen voor een toename van de activiteit op basis van theoretische modellering van deze meteorenregen, die verband houdt met komeet C/1861 G1 (Thatcher)
In de afgelopen week was de Kp index af en toe hoog genoeg om wat aurora melding op te leveren in het DX cluster. De equinox blijkt ook dit jaar een favoriete tijd voor Aurora’s, aangezien er een betere koppeling is tussen het aardmagnetisch veld en de zonnewind.
Het is nog te vroeg in het jaar voor veel Sporadic-E-activiteit, maar houd de Sporadic-E-grafieken op propquest.co.uk in de gaten voor tekenen van korte pieken. Overigens wordt er momenteel onderhoud gepleegd aan de website, dus onderbrekingen zijn mogelijk.
EME
Afgelopen week was een drukke week voor EME, met de 5,7 GHz-activiteit op Dubus en de CY0- en T7-DXpedities die door velen werden gewerkt. De declinatie van de maan begint het weekend hoog, maar daalt op dinsdag tot een negatieve waarde, terwijl de signaalverliezen blijven toenemen in de aanloop naar het apogeum op dinsdag 7 april. De ruis op 144 MHz is de hele week laag.
Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

