Propagatienieuws – 4 juli 2026
HF
Vier regio’s op de zon hebben flink bijgedragen aan de zonneactiviteit. De zonneflux steeg vorige week voor het eerst dit jaar boven de grens van 200; donderdag stond de teller op 209. Dinsdag was er zelfs een X1-vlam, woensdag volgden 17 M-vlammen en van vrijdagochtend tot zaterdagochtend maar liefst een dozijn. Deze vlammenstorm werd gevolgd door coronale massa-uitstoot. Een X-vlam van dinsdag veroorzaakte een gedeeltelijke halo-CME, die vrijdag rond 12.00 UTC de aarde bereikte en vervolgens leidde tot stormachtige (G1 tot G2) geomagnetische activiteit, en tijdelijk een Kp van 7 en meer dat 170 GW hemisferisch vermogen. De snelheden van de zonnewind zijn aanzienlijk toegenomen.
HF vooruitzichten
De stom zou in de loop van het weekend geleidelijk moeten afnemen. De geomagnetische activiteit zal aanvankelijk overwegend wisselvallig tot stormachtig (Kp 3-6) zijn en in de loop van de week tot het begin van de week geleidelijk afnemen (Kp 2-3). Ook zijn protonstormen mogelijk. Het risico op zonnevlammen blijft verhoogd (M70%, X20%).De zonneflux is inmiddels weer gedaald tot circa 185. Als gevolg van de magnetische storm is de MUF gedaald tot slechts 10 MHz. Er moet daarom rekening worden gehouden met aanhoudend verstoorde DX-omstandigheden.
De actieve gebieden die het levendige radioweer hebben veroorzaakt, trekken in de loop van het weekend geleidelijk weg naar de achterkant van de zon. Dan zal het aan de naar ons gerichte kant van de zon voorlopig vrij rustig worden. De zonneflux zal in de komende week dalen tot waarden rond de 140. Daarna wordt het weer rustiger, voordat er komend weekend opnieuw wat onrust ontstaat door een coronaal gat.
Dit weekend zullen de DX-omstandigheden dus worden verstoord door de magnetische storm – met een lage MUF en zwakkere signalen. Tegen het begin van de week vindt er een langzaam herstel plaats: de 20 meterband is dan weer 24 uur per dag open, en overdag gaan ook 17 en 15 meter open. Daarboven zijn er steeds weer openingen via de F2-regio, maar vooral de sporadische E-laag zorgt voor talrijke short-skip-omstandigheden.
VHF en hoger
Het grootste deel van de komende week zal er een matig hogedrukgebied liggen ten zuidwesten van de Britse Eilanden. Het ligt echter op een voor onze regio minder gunstige positie. Tropo kunnen we daardoor vooral boven zeewater vinden aangevuld met wat tijdelijke verbeteringen door de temperatuurverschillen tussen dag en nacht. Tevens houdt dit stabiele gebied de neerslag grotendeels op afstand. Kansen voor regenscatter zijn daardoor gering.
De G3 storm met Kp7 heeft in de nachtelijke uren van zaterdag geleid tot Aurora-meldingen op 6 en 2m. Ook op zondagavond zal de Kp index weer wat oplopen tot 5, maar dat is waarschijnlijk onvoldoende voor Aurora activiteit.
De meteorenregen in juli concentreert zich rond het einde van de maand. Er zijn op dit moment geen noemenswaardige meteorenregens, dus willekeurige activiteit, vooral in de vroege ochtenduren, zal waarschijnlijk de beste kans op QSO’s bieden.
De meest opvallende meteorenregen deze maand is die van de Zuidelijke δ-Aquariïden, met een piek op 31 juli. De maximale ZHR van deze meteorenregen ligt rond de 25 per uur gedurende ongeveer 2 dagen, binnen een wat bredere periode van 5 dagen met de ZHR boven de 20. Rond het maximum zijn heldere meteoren te zien, maar daarvoor en daarna zijn de meteoren relatief zwak. In 1977 en 2003 werden twee korte uitbarstingen (beide met een ZHR van 40 per uur) waargenomen. Voor Europese waarnemers bevindt het stralingspunt van deze meteorenregen zich alleen ’s nachts en in de vroege ochtenduren boven de horizon.
Rond eind juli zijn er ook enkele kleinere meteorenregens actief: de Piscis Austriniden kunnen voornamelijk vanaf het zuidelijk halfrond voor MS worden gebruikt, terwijl de α-Capricorniden worden gekenmerkt door heldere meteoren met een lage schijnbare snelheid, waardoor deze meteorenregen een van de meest spectaculaire is om visueel te observeren. De laatste piek van de α-Capricorniden vond plaats in 1995 (ZHR = 10 uur⁻¹); Houd er rekening mee dat recente waarnemingsresultaten wijzen op 30/31 juli als de datum van de piek.
Sporadische E-condities zijn de laatste tijd uitstekend geweest, vooral op digitale modi, met lange openingen tot 144 MHz. We zitten nog steeds midden in het hoogseizoen. De verdeling van de straalstromen in de komende week lijkt nog steeds gunstig te zijn voor de Scandinavische en Baltische routes voor sporadische E-condities, maar met mogelijke uitbreidingen naar de Balkan naarmate de straalstroom zich zuidwaarts uitbreidt.
De komende periode zal er nog steeds sprake zijn van zowel Sporadic-E als tropo op dezelfde dag, maar deze zouden, om verschillende redenen, te onderscheiden moeten zijn aan de hand van de richting van de opening. Tropo-gebeurtenissen zullen doorgaans langer duren, terwijl Sporadic-E vluchtiger is. Onthoud dat op een drukke dag niet alle VHF-DX het gevolg zal zijn van Sporadic-E en dat je te maken kunt hebben met een hybride dag van Sporadic-E en tropo.
EME
Voor EME neemt de declinatie toe; morgen, en wordt op 6 juli positief, waardoor de duur van de maanvensters toeneemt. De padverliezen nemen af, maar het perigeum – het punt waarop de maan het dichtst bij de aarde staat – is nog ruim een week verwijderd, op maandag 13 juli. De hemelruis op 144 MHz is de hele week laag.
Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

