Propagatienieuws – 1 aug 2026
HF
Voor de zomerperiode was de afgelopen week een goede week: de zonnefluxindex lag overwegend tussen ongeveer 140 en 150, en er waren ook geen noemenswaardige geomagnetische storingen. De hoogste bruikbare frequentie boven Midden-Europa bereikte meestal waarden tussen 20 en 25 MHz, waardoor de 15-m-band overdag in ieder geval enkele uren open was.
Wel was er op zondag 26 juli rond 15.30 UTC een plotselinge ionosferische verstoring, of SID, als gevolg van een zonnevlam van klasse M. Een SID klinkt meestal alsof iemand zojuist de ionosfeer heeft ‘uitgeschakeld’, hoewel het herstel vrij snel kan verlopen.
Een M-flare op donderdag veroorzaakte een zwakke protonenuitbarsting, die tot het weekend de polaire paden tot aan de 40-m-band zou kunnen verstoren. Momenteel zijn er elke dag meerdere meestal beperkte coronale massa-ejecties (CME’s). Deze worden mooi gevisualiseerd op https://helioforecast.space/static/sync/elevo/elevo.mp4
HF vooruitzichten
Momenteel zijn er acht vlekken op het naar de aarde gerichte deel van de zonneschijf. De vlekken liggen overwegend dicht bij de evenaar, wat typerend is voor de huidige cyclusfase. Ze zullen de komende dagen nog iets in kracht toenemen, waardoor de zonneactiviteit nog enkele dagen verhoogd blijft. Voorlopig moet nog rekening worden gehouden met een zonneflux van 140 tot 170, maar tegen het volgende weekend wordt een daling tot onder de 130 verwacht.
Zolang het aardmagnetisch veld redelijk rustig blijft, zullen de propagatieomstandigheden de komende dagen nauwelijks veranderen: 20 en 17 meter zijn de belangrijkste DX-banden, 15 meter opent overdag vrij regelmatig, en soms zijn ook nog laat in de nacht FT8 signalen te horen via westelijke en zuidelijke paden. De 40 meter biedt vooral aan het begin en einde van de dag en ’s nachts een interessant aanbod aan stations; en op de 10 en 6 meter maakt de sporadische E-laag short-skip-propagatie mogelijk.
Minpunt is echter een zwakke CME van 30 juli, die het gevolg was van de M1.9-zonnestorm en een filamentuitbarsting. De vraag is of het uitgestoten plasma richting de aarde trekt. NOAA houdt in de meest recente modelberekeningen er rekening mee dat dit op zondag 2 augustus tijdelijk kan leiden tot een Kp van 5 of net daarboven en een gematigde G2 magnetische storm.
Op de hogere banden, zoals 15 en 10 m, zijn momenteel noord-zuidverbindingen gunstig, bijvoorbeeld van het Verenigd Koninkrijk naar Zuid-Afrika en Zuid-Amerika. De 20 m-band zou beter bruikbaar moeten zijn voor verbindingen naar Noord-Amerika.
NOAA voorspelt dat de zonneactiviteit de komende week licht kan afnemen. Er wordt een zonnefluxindex in het bereik van 120 tot 130 voorspeld.
Voor dinsdag 4 augustus wordt een geomagnetische verstoring voorspeld, met een verwachte Kp-index van 4. Dit zou zich in de daaropvolgende dagen moeten herstellen, terug naar een meer gebruikelijke waarde van 2 tot 3.
VHF en hoger
In de komende dagen neemt de invloed van lagedrukgebieden aan de westrand van Europa toe.
Het hogedrukgebied boven Duitsland is niet erg sterk. Bij extreme temperaturen houden de temperatuurinversies die troposferische verbinding mogelijk maken zelden stand tijdens de opwarming overdag boven het land. Alleen kuststations blijven overdag in de gunstige omstandigheden voor troposferische verbinding. Verwacht daardoor wisselende perioden met redelijke tot matige tropo voor beperkte gebieden.
De weersvoorspellingsmodellen voor de komende periode wijzen erop dat het weerpatroon onstabieler probeert te worden. De propagatie wordt op twee manieren beïnvloedt. Iets koeler weer brengt af en toe een bui, waardoor er kans is op regenscatter. Tevens zal er wellicht minder betrouwbare troposferische verspreiding zijn naarmate de hogedruk verzwakt. Er blijven waarschijnlijk enkele potentiële troposferische paden over uit de gefragmenteerde delen van de hogedruk, maar het kan nogal wisselvallig zijn.
Augustus is een goede maand voor meteorscatter met o.a.de Perseïden als een van de populairste meteorenregens.
Hoewel deze regen de afgelopen jaren zeer dynamisch is gebleken (vooral in de jaren negentig, vanwege de periheliumdoorgang van de moederkomeet 109P/Swift-Tuttle in 1992, met een omlooptijd van ongeveer 130 jaar), concentreerde de meteoor activiteit zich recentelijk vooral rond de “normale” piek, met een ZHR van ongeveer 100 per uur1. Het doorkruisen van enkele dichte stromen heeft echter in verschillende jaren geleid tot verhoogde activiteit.
Uit recente IMO-waarnemingen is gebleken dat het tijdstip van het “traditionele“ brede maximum varieerde tussen 12 augustus 2026, 21 uur UTC tot 13 augustus, 09 uur UTC. De piek zal naar verwachting plaatsvinden op 13 augustus rond 02.00–04.00 uur UTC met een ZHR van ongeveer 100 per uur.
Tijdens de recente terugkeerperioden is er hoge activiteit gemeld na de hoofdpiek. Op 14 augustus 2021, kort na 08.00 uur UTC, werd een scherpe stijging van de ZHR (meer dan 100 boven het basisniveau) waargenomen. Dit was ongeveer 1,5 dag na het knooppuntmaximum en ongeveer 0,7 dag na de kleinere maxima in 2018 en 2020. Tijdens de terugkeer in 2022-2024 is niets vergelijkbaars waargenomen.
Uit de modellen van Maslov blijkt dat de achtergrondactiviteit (permanente activiteit) tot 2026 naar verwachting aanzienlijk lager zal zijn dan de gewoonlijk genoemde ZHR van 100. Pas in 2027 zal de aarde delen van de stroom passeren die door Jupiter zijn verstoord, wat dan weer tot hogere algemene frequenties kan leiden.
Uit de berekeningen van Vaubaillon blijkt dat de aarde in 2026 het stofspoor van 1079 zal naderen. Het spoor is opgesplitst in drie delen. Naar verwachting zal de aarde op 12 augustus om 16u 53m UTC een van deze takken passeren. Aangezien het om een zeer oud spoor gaat, wordt er geen schatting van de activiteit gegeven.
Naast de Perseïden zullen er in augustus ook enkele kleinere meteorenregens actief zijn, waarbij de κ-Cygniden en de γ-Leoniden bij daglicht de belangrijkste zijn.
Vergeet ten slotte niet de grote bijdrage van sporadische meteoren: hun frequentie ligt in augustus zeer dicht bij het jaarlijkse maximum.
De zonneactiviteit speelt nog steeds een rol wat betreft de effecten van coronale massa-uitstoot van de zon en de kans op Aurora’s. Dat is dus nog een mogelijkheid om op de lijst te houden. Tot slot nog een opmerking over Sporadic-E, dat tot en met augustus aanhoudt en vorige week voor velen dagelijks verbindingen met Noord-Amerika mogelijk maakte. Jetstromen zijn vaak de drijvende kracht achter turbulentie in de lagere atmosfeer en kunnen de locatie van Sporadic-E beïnvloeden. De komende week zullen ze waarschijnlijk niet veel helpen vanwege een zeer zwak weerpatroon boven Europa. Het is nog steeds de moeite waard om tijdens de twee gebruikelijke activiteit periodes, halverwege de ochtend en laat in de middag, even te kijken.
EME
Voor EME-operators neemt de declinatie van de maan weer toe, met als gevolg dat op het noordelijk halfrond de duur van het maanvenster en de maximale hoogte van de maan toenemen. De signaalverliezen zullen afnemen naarmate de week vordert in de richting van het perigeum op maandag 10 augustus. De hemelse ruis op 144 MHz is de hele week laag tot matig.
Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom PC5D. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit het wekelijkse Propagation News van de Britse radioamateurvereniging RSGB, dxinfocentre, darc.de/der-club/referate/hf/, Make More Miles on VHF, metoffice.gov.uk, swpc.noaa.gov, www.solarham.net en poollicht.be.

